ECLI:NL:OGEABES:2026:168

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
3 juli 2026
Publicatiedatum
23 juli 2026
Zaaknummer
BON202600112
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vorderingen schoonmaakbedrijf tegen gunningsbeslissing aanbesteding vliegveld Bonaire

Top Quality Cleaning Services N.V. (Top Cleaning) verrichtte sinds 2017 schoonmaakwerkzaamheden op het vliegveld van Bonaire. In 2025 organiseerde Bonaire International Airport N.V. (BIA) een openbare aanbesteding voor deze werkzaamheden, waarbij Top Cleaning zich inschreef maar de opdracht voorlopig aan een andere partij werd gegund.

Top Cleaning stelde dat fundamentele aanbestedingsbeginselen zoals het gelijkheids- en transparantiebeginsel waren geschonden, onder meer door een informatieachterstand en onduidelijkheid over de contractduur. Tevens vorderde zij voortzetting van de huidige overeenkomst tot 1 maart 2027. Het Gerecht oordeelde dat BIA de overeenkomst rechtsgeldig had opgezegd met inachtneming van de opzegtermijn.

Hoewel Top Cleaning aannemelijk maakte dat zij op een informatieachterstand was gekomen doordat de planning van de aanbesteding niet transparant was gecommuniceerd, was dit onvoldoende om de gunningsbeslissing te herroepen of een nieuwe aanbesteding te gelasten. Ook was geen sprake van een ongeldige inschrijving of motiveringsgebrek. De vorderingen werden afgewezen, maar de proceskosten werden gecompenseerd vanwege de gegronde klachten over de informatieverstrekking.

Uitkomst: De vorderingen van Top Cleaning worden afgewezen, maar de proceskosten worden gecompenseerd.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

zittingsplaats Bonaire

registratienummer: BON202600112
datum beslissing: 3 juli 2026
VONNIS IN KORT GEDING
in de zaak van:
TOP QUALITY CLEANING SERVICES N.V.,
gevestigd op Bonaire,
eisende partij,
hierna: Top Cleaning,
gemachtigde: mr. A.F. van Toll,
tegen
BONAIRE INTERNATIONAL AIRPORT N.V.,
gevestigd op Bonaire,
gedaagde partij,
hierna: BIA,
gemachtigde: mr. T. Peeters.

1.De procedure

1.1.
Op 12 maart 2026 heeft Top Cleaning een verzoekschrift met bijlagen bij de griffie van dit Gerecht ingediend.
1.2.
In het procesdossier bevinden zich verder de volgende stukken:
  • het e-mailbericht van 17 juni 2026 met aanvullende bijlagen van Top Cleaning;
  • de brief van 19 juni 2026 met bijlagen van BIA.
1.3.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 22 juni 2026. Namens Top Cleaning is de heer [directeur Top Cleaning] (directeur, hierna: [directeur Top Cleaning]) verschenen, bijgestaan door mr. Van Toll. Namens BIA zijn de heer [operationeel directeur BIA] (operationeel directeur) en mevrouw [procurement officer BIA] (procurement officer) verschenen, bijgestaan door mr. Peeters. De spreekaantekeningen die de gemachtigden van partijen hebben voorgelezen zijn aan het dossier toegevoegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat met partijen besproken is.
1.4.
Na afloop van de mondelinge behandeling heeft het Gerecht bepaald dat op 3 juli 2026 uitspraak zal worden gedaan.

2.De kern van de zaak

2.1.
BIA heeft in 2025 een openbare aanbesteding gehouden voor het verrichten van schoonmaakwerkzaamheden op het vliegveld van Bonaire. Top Cleaning verzorgde al sinds 2017 de schoonmaak op het vliegveld en heeft zich voor die aanbesteding ingeschreven. BIA heeft de opdracht voorlopig gegund aan een andere partij. Volgens Top Cleaning is sprake van fundamentele gebreken in de aanbestedingsprocedure. Zij vordert daarom – samengevat – dat BIA de voorgenomen gunningsbeslissing aan een derde partij intrekt en (primair) een nieuwe aanbestedingsprocedure organiseert of (subsidiair) de inschrijvingen opnieuw beoordeelt. Ook vindt Top Cleaning dat BIA de huidige overeenkomst met haar voor schoonmaakwerkzaamheden moet voortzetten tot 1 maart 2027. De vorderingen van Top Cleaning worden afgewezen.

3.De beoordeling

De achtergrond van het geschil
3.1.
Sinds 31 juli 2017 verricht Top Cleaning in opdracht van BIA schoonmaakwerkzaamheden op het vliegveld van Bonaire. De overeenkomst die partijen daarvoor hebben gesloten is verlengd tot 1 maart 2027.
3.2.
Op 7 oktober 2025 heeft BIA een advertentie op haar website geplaatst waarin staat dat een openbare aanbesteding gehouden wordt voor het leveren van schoonmaakwerkzaamheden op het vliegveld van Bonaire. In de advertentie staat ook dat geïnteresseerden informatie kunnen opvragen via een e-mailadres van BIA en dat de deadline voor inschrijvingen 17 december 2025 is.
3.3.
Op 22 oktober 2025 heeft een schouw plaatsgevonden waarin geïnteresseerde partijen de locatie konden bezoeken waar de schoonmaakwerkzaamheden plaats moeten vinden.
3.4.
Top Cleaning heeft op 27 oktober 2025 een e-mail gestuurd aan BIA waarin staat dat dat zij geïnteresseerd is in de opdracht en graag meer informatie wil ontvangen. Die informatie met onder meer de aanbestedingsleidraad is vervolgens op 28 oktober 2025 door BIA aan Top Cleaning gestuurd.
3.5.
Tijdens de aanbestedingsprocedure is door BIA aan geïnteresseerde partijen tweemaal de gelegenheid geboden om vragen te stellen. Die vragen zijn beantwoord in een nota van inlichtingen van 4 november 2025 en 26 november 2025.
3.6.
Op 17 december 2025 heeft Top Cleaning zich op de aanbesteding ingeschreven.
3.7.
BIA heeft op 31 december 2025 de overeenkomst op basis waarvan Top Cleaning schoonmaakwerkzaamheden voor haar verricht opgezegd per 31 maart 2026.
3.8.
Op 20 februari 2026 heeft BIA een e-mail gestuurd waarin staat dat na beoordeling van de inschrijvingen de inschrijving van Top Cleaning op de tweede plaats is geëindigd en dat BIA het voornemen heeft om de opdracht aan een andere partij te gunnen.
Top Cleaning heeft een spoedeisend belang bij haar vorderingen
3.9.
Het spoedeisend belang van Top Cleaning bij haar vorderingen is met de aard van de zaak voldoende gegeven en ook niet betwist. Bovendien is in de aanbestedingsleidraad opgenomen dat een inschrijver die het niet eens is met de mededeling van de voorlopige gunningsbeslissing daartegen een civiel kort geding aanhangig moet maken. Daarom zullen de vorderingen hierna inhoudelijk beoordeeld worden.
BIA heeft de overeenkomst met Top Cleaning rechtsgeldig opgezegd
3.10.
Top Cleaning vordert dat BIA wordt geboden om de huidige overeenkomst op basis waarvan zij schoonmaakwerkzaamheden verricht voor BIA dat doorloopt tot 1 maart 2027 in acht te nemen.
3.11.
In de huidige overeenkomst van opdracht staat in artikel 2 lid 3 dat Pro tussentijdse beëindiging mogelijk is met inachtneming van een opzegtermijn van drie maanden. Op de mondelinge behandeling heeft [directeur Top Cleaning] verklaard dat de overeenkomst is opgesteld door Top Cleaning en dat de bedoeling van artikel 2 lid 3 is Pro geweest dat aan beide partijen een opzeggingsmogelijkheid geboden wordt. De overeenkomst is in de corona-periode opgesteld en in die tijd bestonden er veel onzekerheden. Daarom wilde Top Cleaning de tussentijdse opzeggingsmogelijkheid in de overeenkomst hebben staan. De in het verzoekschrift ingenomen stelling van Top Cleaning dat het niet de bedoeling van partijen is geweest om een opzeggingsmogelijkheid in de overeenkomst op te nemen wordt in het licht van deze verklaringen verworpen. Dat alleen opgezegd zou mogen worden bij zwaarwegende omstandigheden, zoals door Top Cleaning is gesteld, blijkt nergens uit.
3.12.
Dit brengt met zich dat onvoldoende aannemelijk is geworden dat BIA de huidige overeenkomst tussen partijen niet heeft mogen opzeggen. BIA heeft zich gehouden aan de opzegtermijn van drie maanden. Daarom wordt de vordering van Top Cleaning om BIA te gebieden de overeenkomst tot 1 maart 2027 na te komen afgewezen.
Het juridisch kader van de aanbestedingsprocedure in deze zaak
3.13.
Het Europees-Nederlandse aanbestedingsrecht is niet op de BES-eilanden van toepassing. Op de BES-eilanden bestaat geen wet met regels over aanbestedingsprocedures en er is ook geen andere specifieke regelgeving van toepassing.
3.14.
In de door BIA opgestelde aanbestedingsleidraad is in artikel 4.18 bepaald dat BIA de algemene beginselen van gelijkheid, transparantie en zorgvuldigheid in acht neemt. Het is tussen partijen niet in geschil dat de aanbestedingsprocedure en de stellingen die Top Cleaning aan haar vorderingen ten grondslag heeft gelegd aan die algemene beginselen moeten worden getoetst.
Top Cleaning is ontvankelijk in haar vorderingen
3.15.
Als meest verstrekkend verweer heeft BIA aangevoerd dat haar inmiddels gebleken is dat de inschrijving van Top Cleaning ongeldig is. Eén van de bijlagen bij de inschrijving van Top Cleaning (‘het prijzenblad’) is niet ondertekend en Top Cleaning heeft verzuimd haar onderbouwing op het onderdeel ‘Duurzaamheid’ bij haar in te dienen. Daarom moet Top Cleaning volgens BIA niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vorderingen.
3.16.
Het prijzenblad dat volgens BIA niet door (de bestuurder van) Top Cleaning zou zijn ondertekend bevindt zich niet in het dossier van het Gerecht. Maar ook als ervan uit zou worden gegaan dat het prijzenblad niet door Top Cleaning zou zijn ondertekend, leidt dat niet tot een ongeldige inschrijving. Weliswaar verzet het gelijkheidsbeginsel zich er in beginsel tegen dat een inschrijving na de uiterlijke datum van inschrijving nog wordt aangevuld, maar van feitelijke aanvulling van de inschrijving door het alsnog laten ondertekenen van een bijlage is geen sprake. De ernst van de vormfout staat niet in verhouding tot het door BIA gewenste rechtsgevolg van het ongeldig verklaren van de inschrijving van Top Cleaning. Vast staat ook dat BIA de inschrijving – ondanks het beweerdelijke gebrek – in behandeling heeft genomen en inhoudelijk heeft beoordeeld. De stelling van BIA dat Top Cleaning heeft verzuimd haar onderbouwing op het onderdeel ‘Duurzaamheid’ te geven kan het Gerecht niet volgen. In de inschrijving van Top Cleaning staat een tussenkopje
“Maatschappij en milieu”. Bovendien blijkt uit de brief van 20 februari 2026 dat BIA een score van 80 punten aan Top Cleaning heeft gegeven voor het onderdeel ‘Duurzaamheid’. Daarbij is opgemerkt:
“De beoordelingscommissie stelt vast dat uw inschrijving een beschrijving bevat van de duurzaamheidsactiviteiten binnen uw organisatie.”. De onderbouwing is dus wél ingediend; dat BIA deze ontoereikend vond (en daar daarom slechts een beperkt aantal punten voor heeft toegekend), kan daar niet aan afdoen.
3.17.
Dit betekent dat van een ongeldige inschrijving niet is gebleken. Hierna zullen de vorderingen van Top Cleaning inhoudelijk beoordeeld worden.
BIA hoeft geen nieuwe aanbesteding te organiseren
3.18.
Top Cleaning stelt zich op het standpunt dat fundamentele beginselen van het aanbestedingsrecht, zoals het gelijkheids- en transparantiebeginsel, zijn geschonden. Top Cleaning vindt dat zij ten opzichte van andere kandidaten op een informatieachterstand is komen te staan en dat de gunningscriteria niet duidelijk zijn over de contractsduur op basis waarvan de prijs moest worden bepaald. Daarnaast is de gunningsbeslissing volgens Top Cleaning onvoldoende gemotiveerd zodat zij niet kan toetsen of de beoordeling van haar inschrijving goed heeft plaatsgevonden.
3.19.
In de op 7 oktober 2025 gepubliceerde advertentie van de aanbesteding op de website van BIA staat dat de deadline voor inschrijving 17 december 2026 is. In de advertentie staan geen andere data vermeld, bijvoorbeeld de datum wanneer een schouw zal plaatsvinden of de uiterste datum voor het stellen van vragen. De volledige planning met relevante data staat wel in de aanbestedingsleidraad, maar die is niet op de website van BIA raadpleegbaar en wordt kennelijk pas op aanvraag toegezonden. Omdat Top Cleaning pas op 27 oktober 2025 om nadere informatie heeft gevraagd en pas op 28 oktober 2025 de aanbestedingsrichtlijn ontving, heeft zij niet bij de schouw op 22 oktober 2025 aanwezig kunnen zijn. In het kader van de tweede vragenronde heeft Top Cleaning op 19 november 2025 vragen gesteld aan BIA. Eén van de vragen ging over de soort sanitaire dispensersystemen die bij BIA worden gebruikt en de verschillende soorten verbruiksmaterialen zoals papier, zeep en hygiënezakken. In de nota van inlichtingen van 26 november 2025 heeft BIA de vragen beantwoord. Als antwoord op de hiervoor bedoelde vraag schreef BIA dat Top Cleaning tijdens de schouw de gelegenheid heeft gehad de materialen te zien en beoordelen. Door in de advertentie op de website niet duidelijk te zijn over de datum waarop de schouw plaats zou vinden en de vraag van Top Cleaning nadien te beantwoorden door te verwijzen naar de schouw is Top Cleaning op een informatieachterstand komen te staan ten opzichte van geïnteresseerden die wel aanwezig zijn geweest bij de schouw. Een rechtvaardiging daarvoor heeft BIA, ook op vragen van het Gerecht daarover tijdens de mondelinge behandeling, niet kunnen geven. In ieder geval heeft BIA niet duidelijk kunnen maken waarom niet kon worden tegemoetgekomen aan de suggesties van Top Cleaning om die informatieachterstand te compenseren.
3.20.
In de aanbestedingsleidraad staat dat de overeenkomst die gesloten zal worden betrekking heeft op een periode voor twee jaar met een optie tot verlenging van twee keer twee jaar. In de conceptovereenkomst die als bijlage bij de aanbestedingsleidraad is gevoegd staat dat de overeenkomst betrekking heeft op een periode van drie jaar en BIA daarna de mogelijkheid heeft tot verlenging van twee keer twee jaar. Top Cleaning wordt gevolgd in haar stelling dat dit onduidelijk is, maar over die onduidelijkheid is zij pas vragen gaan stellen nadat zij al op de aanbesteding had ingeschreven. Tijdens de vragenrondes die plaatsvonden voor de datum van inschrijving heeft zij geen vragen over de contractduur gesteld. Daar komt bij dat BIA op de mondelinge behandeling heeft verklaard dat zij de prijs die de partijen hebben opgegeven bij hun inschrijving heeft teruggerekend naar een prijs per jaar en op basis van die prijs de inschrijvingen heeft beoordeeld. Op de mondelinge behandeling is gebleken dat de winnende inschrijving haar prijs heeft gebaseerd op een contractduur van één jaar en dat Top Cleaning haar prijsopgave heeft gebaseerd op een contractduur van twee jaar. Top Cleaning heeft niet gesteld, laat staan onderbouwd, dat haar (omgerekende) prijs per jaar beïnvloed is door verschillen in of onzekerheid over de totale contractduur.
3.21.
Op de mondelinge behandeling is gebleken dat het aan Top Cleaning gegeven puntenaantal van 105,32 voor de categorie ‘Prijs’ niet klopt. Hoewel te begrijpen valt dat dit puntenaantal voor Top Cleaning voor onduidelijkheden heeft gezorgd, is onbetwist dat de winnende partij in ieder geval een lagere prijsopgave heeft gedaan dan Top Cleaning en in deze categorie dus meer punten heeft behaald.
3.22.
Op 20 februari 2026 heeft BIA haar voorgenomen gunningsbeslissing aan een andere kandidaat aan Top Cleaning per brief kenbaar gemaakt. Uit de voorlopige gunningsbeslissing volgt per specifieke (sub)gunningscriteria welke kenmerken van de inschrijving van Top Cleaning goed waren en welke kenmerken onvoldoende waren of geheel ontbraken. Top Cleaning heeft op 3 maart 2025 per e-mail gebruik gemaakt van de mogelijkheid om een nadere toelichting te krijgen en BIA heeft die nadere toelichting op 5 maart 2026 gegeven. BIA heeft voldoende uitgelegd waarom de inschrijving van Top Cleaning op de tweede plaats geëindigd is en dat bepaalde vragen, waar BIA volgens de aanbestedingsleidraad antwoord op wilde hebben, niet beantwoord zijn. Van een motiveringsgebrek is geen sprake. Bij het stellen van de vragen lijkt het alsof Top Cleaning een nadere onderbouwing heeft willen geven van haar inschrijving. Het is terecht dat BIA die nadere onderbouwing niet heeft betrokken bij een nadere beoordeling van de inschrijving van Top Cleaning, omdat dit ten opzichte van andere ingeschreven partijen niet verenigbaar is met het gelijkheidsbeginsel.
3.23.
Top Cleaning heeft BIA nog verweten dat BIA haar nooit heeft geïnformeerd over de aanbestedingsprocedure en dat zij daar zelf achter heeft moeten komen via de website van BIA. Voor zo ver Top Cleaning daarmee bedoelt dat BIA haar eigener beweging had moeten informeren over de aanbestedingsprocedure wordt zij daarin niet gevolgd. Dat zou namelijk ten opzichte van andere geïnteresseerden in strijd zijn met het gelijkheidsbeginsel.
3.24.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat aannemelijk is geworden dat Top Cleaning op een informatieachterstand is komen te staan, omdat BIA de planning van de aanbestedingsprocedure transparanter had moeten communiceren. Maar dit betekent niet dat BIA de gunningsbeslissing moet intrekken en een nieuwe aanbestedingsprocedure moet organiseren. Naar eigen zeggen raakte Top Cleaning immers pas op 27 oktober 2025 op de hoogte van de advertentie op de website van BIA. Ook als BIA de planning van de aanbestedingsprocedure wel in de advertentie zou hebben opgenomen, zou Top Cleaning de schouw dus hebben gemist. Bovendien heeft Top Cleaning op geen enkele manier aannemelijk gemaakt dat als zij wél bij de schouw aanwezig zou zijn geweest of als BIA de informatie die bij de schouw was gegeven op andere wijze aan Top Cleaning had verstrekt, zij een betere inschrijving had kunnen doen met een betere prijsopgave. Wat BIA in het kader van deze aanbestedingsprocedure verweten kan worden rechtvaardigt het intrekken van de voorgenomen gunningsbeslissing en het organiseren van een nieuwe aanbestedingsprocedure niet. De primaire vordering van Top Cleaning die daartoe strekt zal daarom worden afgewezen.
BIA hoeft niet over te gaan tot het herbeoordelen van de inschrijvingen
3.25.
De subsidiaire vordering van Top Cleaning strekt tot intrekking van de voorgenomen gunningsbeslissing en tot herbeoordeling van haar inschrijving. Omdat niet aannemelijk is geworden dat sprake is van een beoordelings- of motiveringsgebrek, valt niet in te zien dat Top Cleaning een belang heeft bij een herbeoordeling van haar inschrijving. De subsidiaire vordering van Top Cleaning die daartoe strekt zal daarom worden afgewezen.
Top Cleaning moet de proceskosten betalen
3.26.
Hoewel Top Cleaning in deze procedure ongelijk heeft gekregen, zullen de proceskosten worden gecompenseerd. Volgens de aanbestedingsleidraad moet een partij die het niet eens is met de voorlopige gunningsbeslissing een kort geding aanhangig maken bij dit Gerecht. Het is aannemelijk geworden dat Top Cleaning tijdens de aanbestedingsprocedure op een informatieachterstand is komen te staan en niet gebleken is dat de informatieachterstand gerechtvaardigd was. Bovendien is op de mondelinge behandeling door BIA erkend dat het gegeven puntenaantal voor de categorie ‘Prijs’ niet klopt. Deze omstandigheden zijn voor Top Cleaning onder meer aanleiding geweest om dit kort geding te starten. Daarom worden de proceskosten gecompenseerd.

4.De beslissing

Het Gerecht, rechtdoende in kort geding:
4.1.
weigert de gevraagde voorzieningen;
4.2.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 3 juli 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.