ECLI:NL:OGEABES:2026:171

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
6 juli 2026
Publicatiedatum
24 juli 2026
Zaaknummer
BON202600213
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geschil over ontslag op staande voet en onregelmatige opzegging arbeidsovereenkomst

Werknemer was kok bij Sushi Mood B.V. op Bonaire en stelt dat hij op 20 januari 2026 onterecht op staande voet is ontslagen. Hij vordert volledige schadevergoeding en betaling van achterstallig loon. Werkgever betwist dit en stelt dat werknemer op 19 januari 2026 zelf per direct ontslag heeft genomen zonder opzegtermijn, waardoor sprake is van onregelmatige opzegging, en vordert eveneens schadevergoeding.

Partijen verschillen van mening over de feiten rond 19 en 20 januari 2026. Werknemer bracht Whatsapp-berichten en een rapport van het Ministerie van SZW in, terwijl werkgever schermafbeeldingen van telefoongesprekken overlegt. Beide partijen zijn opgeroepen om hun stellingen te bewijzen, waarbij het Gerecht bewijsopdrachten geeft en de mogelijkheid tot het horen van getuigen openhoudt.

De mondelinge behandeling vond plaats op 8 juni 2026, waarna de uitspraak op 6 juli 2026 is gedaan. Het Gerecht draagt partijen op hun stellingen te bewijzen en bepaalt dat stukken uiterlijk op 19 augustus 2026 in het geding moeten worden gebracht. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden totdat het bewijs is geleverd.

Uitkomst: Bewijsopdrachten gegeven aan partijen en verdere beslissing aangehouden.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

zittingsplaats Bonaire

registratienummer: BON202600213
datum beslissing: 6 juli 2026
BESCHIKKING
in de zaak van:
[verzoeker],
wonend op Bonaire,
verzoeker,
verweerder in het tegenverzoek,
hierna: [verzoeker],
gemachtigde: mr. A.T.C. Nicolaas,
tegen
SUSHI MOOD B.V.,
gevestigd op Bonaire,
verweerster,
verzoekster in het tegenverzoek,
hierna: Sushi Mood,
gemachtigde: mr. E.J. Winkel.

1.Het procesverloop

1.1.
Op 28 april 2026 heeft [verzoeker] een verzoekschrift met bijlagen bij de griffie van dit Gerecht ingediend.
1.2.
In het procesdossier bevinden zich verder de volgende stukken:
  • het verweerschrift met bijlagen en een tegenverzoek;
  • de aanvullende producties van [verzoeker].
1.3.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 8 juni 2026. [verzoeker] is verschenen, bijgestaan door mr. Nicolaas. Namens Sushi Mood is de heer [directeur Sushi Mood] (directeur, hierna: [directeur Sushi Mood]) verschenen, bijgestaan door mr. Winkel. De spreekaantekeningen die de gemachtigden hebben voorgelezen zijn aan het dossier toegevoegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat met partijen besproken is.
1.4.
Ten slotte is bepaald dat op 29 juni 2026 uitspraak zal worden gedaan. Die datum is wegens omstandigheden niet gehaald. Daarom wordt deze beschikking vandaag gegeven.

2.De kern van de zaak

2.1. [
verzoeker] heeft als kok gewerkt voor Sushi Mood. [verzoeker] stelt dat hij op 20 januari 2026 op staande voet ontslagen is. Hij meent dat het ontslag niet rechtsgeldig gegeven is. Daarom vordert hij (primair) volledige schadevergoeding en betaling van achterstallig loon of (subsidiair) een gefixeerde schadevergoeding en een cessantia-uitkering.
2.2.
Sushi Mood heeft een tegenvordering ingesteld. Volgens Sushi Mood heeft [verzoeker] op 19 januari 2026 zelf ontslag genomen. Sushi Mood meent dat [verzoeker] de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd zonder rekening te houden met een opzegtermijn. Vanwege de onregelmatige opzegging van de arbeidsovereenkomst vordert Sushi Mood schadevergoeding.
2.3.
Het Gerecht zal in het verzoek en in het tegenverzoek een bewijsopdracht geven. Dat wordt hierna uitgelegd.

3.De beoordeling

in het verzoek en het tegenverzoek
De achtergrond van het geschil
3.1.
Sushi Mood exploiteert het restaurant ‘Pizza Mare’ op Bonaire. Sushi Mood wordt bestuurd door [directeur Sushi Mood].
3.2.
Met ingang van 25 augustus 2024 is [verzoeker] in dienst getreden bij Sushi Mood in de functie van kok op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van één jaar. Op 1 september 2025 is de arbeidsovereenkomst tot en met 31 augustus 2026 verlengd. Partijen zijn een bruto maandsalaris van USD 2.500 overeengekomen op basis van een 40-urige werkweek.
3.3.
Na 20 januari 2026 heeft [verzoeker] geen werkzaamheden meer verricht voor Sushi Mood. Partijen verschillen van mening over wat zich op 20 januari 2026 heeft voorgedaan. Volgens [verzoeker] heeft [directeur Sushi Mood] hem op 18 en 19 januari 2026 verzocht een nieuwe arbeidsovereenkomst te ondertekenen. Dat heeft hij geweigerd. Daarom is hij op 20 januari 2026 op staande voet ontslagen. Sushi Mood betwist dat zij [verzoeker] op staande voet ontslagen heeft. Sushi Mood stelt zich op het standpunt dat [verzoeker] op 19 januari 2026 zelf per direct ontslag heeft genomen en niet meer teruggekeerd is op het werk.
Aan partijen wordt een bewijsopdracht gegeven
3.4.
Aan de vorderingen van [verzoeker] ligt ten grondslag dat hij op 20 januari 2026 op staande voet ontslagen is. Ter onderbouwing van die stelling heeft [verzoeker] Whatsapp-correspondentie met een andere bestuurder van Sushi Mood en familieleden in het geding gebracht waaruit zou kunnen volgen dat er op 19 en 20 januari 2026 iets op het werk is gebeurd. Bovendien heeft [verzoeker] een rapport van 21 januari 2026 van de afdeling Arbeidszaken van het Ministerie van SZW in het geding gebracht waarin staat dat [verzoeker] meent dat hij op staande voet ontslagen is. Ten slotte heeft [verzoeker] een brief van 9 februari 2026 van de Immigratie- en Naturalisatiedienst van Rijksdienst Caribisch Nederland overgelegd waarin staat dat Sushi Mood op 23 januari 2026 een melding heeft gedaan dat de arbeidsrelatie per 23 januari 2026 is beëindigd.
3.5.
Aan de tegenvordering van Sushi Mood ligt ten grondslag dat [verzoeker] op 19 januari 2026 per direct ontslag heeft genomen en de arbeidsovereenkomst daarom onregelmatig is opgezegd. Ter onderbouwing van die stelling heeft Sushi Mood erop gewezen dat geen ontslagbrief bestaat. Daarnaast heeft Sushi Mood schermafbeeldingen van een telefoon in het geding gebracht waaruit zou kunnen volgen dat zij na 19 januari 2026 regelmatig contact heeft gezocht met [verzoeker] en dat hij geen gehoor heeft gegeven. Dat valt volgens Sushi Mood niet te rijmen met de situatie dat [verzoeker] op staande voet ontslagen zou zijn.
3.6.
Partijen hebben hun stellingen en betwistingen over en weer voldoende onderbouwd en gemotiveerd. Bij deze stand van zaken komt het aan op bewijslevering.
3.7. [
verzoeker] beroept zich op de rechtsgevolgen van het door hem gestelde niet rechtsgeldig gegeven ontslag. Het ligt daarom op zijn weg om de feitelijke grondslag te bewijzen dat hij op 20 januari 2026 op staande voet ontslagen is.
3.8.
Sushi Mood beroept zich op de rechtsgevolgen van de door haar gestelde onregelmatige opzegging van de arbeidsovereenkomst door [verzoeker]. Het ligt daarom op haar weg om de feitelijke grondslag te bewijzen dat [verzoeker] op 19 januari 2026 zelf ontslag genomen heeft.
3.9.
Het Gerecht zal partijen opdragen hun stellingen te bewijzen. Sushi Mood heeft aangegeven dat zij bewijs wil leveren door middel van het horen van getuigen. Daarvoor zal de zaak naar de rol van 19 augustus 2026 worden verwezen voor het opgeven van de te horen getuigen en de verhinderdagen van partijen, hun gemachtigden en de getuigen. Als [verzoeker] ook getuigen wil laten horen, zal hij dat op de rol van 19 augustus 2026 moeten laten weten onder opgave van de te horen getuigen en de hiervoor bedoelde verhinderdagen. Als beide partijen bewijs willen leveren door het horen van getuigen, bepaalt het Gerecht dat de twee bewijsopdrachten gelijktijdig kunnen worden uitgevoerd.
3.10.
Als een partij
uitsluitendbewijs wil leveren door schriftelijke stukken of andere gegevens, dan moeten die stukken of gegevens op de rol van 19 augustus 2026 in het geding worden gebracht. Als een partij het bewijs
medewil leveren door schriftelijke stukken of andere gegevens, moeten die stukken of andere gegevens uiterlijk twee weken voorafgaand aan het getuigenverhoor met een akte in het geding worden gebracht.
3.11.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

4.De beslissing

Het Gerecht:
4.1.
draagt [verzoeker] op te bewijzen dat hij op 20 januari 2026 door Sushi Mood op staande voet ontslagen is;
4.2.
draagt Sushi Mood op te bewijzen dat [verzoeker] op 19 januari 2026 zelf ontslag genomen heeft;
4.3.
bepaalt dat, als een partij
uitsluitendbewijs door bewijsstukken willen leveren, zij die stukken op de rol van 19 augustus 2026 in het geding moeten brengen;
4.4.
bepaalt dat, als partijen dat bewijs (ook) door middel van getuigen willen leveren, zij de te horen getuigen en de verhinderdagen van partijen, hun gemachtigden en de getuigen op de rol van 19 augustus 2026 moeten opgeven, waarna het Gerecht dag en uur van het getuigenverhoor zal bepalen;
4.5.
bepaalt dat als een partij bij de gelegenheid van het getuigenverhoor nog stukken in het geding wil brengen, deze stukken uiterlijk twee weken voorafgaand aan het getuigenverhoor in het geding moeten worden gebracht;
4.6.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.L. Wattel, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 6 juli 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.