ECLI:NL:OGEABES:2026:173

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
15 juli 2026
Publicatiedatum
24 juli 2026
Zaaknummer
BON202500407
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 810 Rv BES
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek eenhoofdig gezag en vaststelling omgangsregeling en kinderalimentatie

In deze zaak heeft de vrouw een verzoek ingediend tot eenhoofdig gezag over haar minderjarige kind, alsmede vaststelling van een omgangsregeling en kinderalimentatie. De Voogdijraad Caribisch Nederland voerde een onderzoek uit en bracht advies uit.

De Voogdijraad adviseerde het gezamenlijk gezag in stand te laten, hetgeen door beide ouders werd ondersteund. Het gerecht acht dit in het belang van het kind en wijst het verzoek tot eenhoofdig gezag af. Tevens is een omgangsregeling vastgesteld waarbij de vader op maandag en woensdag het kind van het kinderdagverblijf haalt en tot 18.00 uur bij zich houdt, en een dagdeel in het weekend in overleg met de moeder.

De Voogdijraad stelde een alimentatieberekening op waaruit bleek dat de vader $166 per maand kan bijdragen. Het gerecht acht dit bedrag passend en legt dit als vaste maandelijkse bijdrage vast, ingaande 1 augustus 2026, te voldoen vóór de eerste dag van elke maand. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde is afgewezen.

Uitkomst: Verzoek tot eenhoofdig gezag afgewezen, gezamenlijk gezag gehandhaafd, omgangsregeling en kinderalimentatie vastgesteld.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA zittingsplaats Bonaire

Registratienummer: BON202500407
Datum uitspraak: 15 juli 2026
in de zaak van:
[de vrouw],
wonende te Bonaire,
hierna: de vrouw,
gemachtigde: mr. E.J. Winkel,
tegen
[de man],
wonende te Bonaire,
hierna: de man,
procederend in persoon.
In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) BES is in de procedure gekend de Voogdijraad Caribisch Nederland (hierna: de Voogdijraad).

1.Het procesverloop

1.1.
Voor het procesverloop tot 25 februari 2026 wordt verwezen naar de beschikking van dit gerecht van die datum.
1.2.
De Voogdijraad heeft op 3 juni 2026 het raadsrapport met bijlagen ingediend op de griffie van dit gerecht.
1.3.
De voortgezette mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 19 juni 2026. Daarbij zijn de vrouw met haar gemachtigde en de man verschenen. Namens de Voogdijraad waren mevrouw [medewerker 1] en mevrouw [medewerker 2] aanwezig.
1.4.
De uitspraak is bepaald op vandaag.

2.De verdere beoordeling

2.1.
Bij de tussenbeschikking van 28 februari 2026 is de Voogdijraad verzocht om een onderzoek in te stellen naar het gezag over de minderjarige
[de minderjarige],geboren op [geboortedatum] 2024 te [geboorteplaats] (hierna [de minderjarige]), naar een omgangsregeling tussen de man en [de minderjarige] en naar een door de man te betalen kinderalimentatie.
Gezag en omgang
2.2.
De Voogdijraad heeft geadviseerd het gezamenlijk gezag in stand te laten. Ter zitting hebben beide ouders verklaard daarmee akkoord te gaan. Mede gelet daarop moet het in stand blijven van het gezamenlijk gezag het meest in het belang van [de minderjarige] worden geacht. Het gerecht zal daarom het oorspronkelijke verzoek van de vrouw tot eenhoofdig gezag afwijzen.
2.3
De Voogdijraad heeft geadviseerd een omgangsregeling tussen de man en [de minderjarige] vast te leggen. Partijen zijn het ter zitting eens geworden over een omgangsregeling als hierna onder ‘de beslissing’ te melden. Partijen hebben verder afgesproken dat – naast deze vastgelegde omgang – er in onderling overleg nog extra contactmomenten zullen plaatsvinden.
2.4.
Voor de kosten van verzorging en opvoeding van [de minderjarige] hebben op grond van de wet beide ouders een verantwoordelijkheid en zullen beide ouders naar draagkracht een bijdrage aan de behoefte van [de minderjarige] moeten leveren. De Voogdijraad heeft een alimentatieberekening opgesteld. Hieruit blijkt dat de man een bijdrage van $ 166,00 per maand kan betalen.
2.5.
De door de Voogdijraad gemaakte berekening komt het gerecht deugdelijk voor. Naar het oordeel van het gerecht is het bedrag van $ 166,00 per maand in overeenstemming met de wettelijke maatstaven voor het bepalen van kinderalimentatie. Het gerecht zal de verzochte kinderalimentatie daarom dienovereenkomstig vaststellen. De man heeft verklaard dat hij desgewenst en zonodig aan de vrouw nog extra betalingen ten behoeve van [de minderjarige] kan doen. Het gerecht heeft kennisgenomen van deze bereidheid, maar zal het ‘vaste’ maandelijkse bedrag vaststellen op het door de Voogdijraad geadviseerde bedrag. De datum waarop de door het gerecht vast te stellen kinderalimentatie ingaat zal worden bepaald op de eerste van de maand volgend na de datum van deze beschikking, dus op 1 augustus 2026.
2.6.
De vader moet de kinderalimentatie steeds vóór de eerste dag van de maand betalen. Het gaat namelijk om een bijdrage in de kosten die in de daaropvolgende maand worden gemaakt en dan zou het te laat zijn als de alimentatie pas later in die maand wordt betaald.

3.De beslissing

Het gerecht:
3.1.
wijst af het verzoek van de vrouw tot eenhoofdig gezag en bepaalt dat partijen gezamenlijk belast blijven met het gezag over
[de minderjarige],geboren op [geboortedatum] 2024 te [geboorteplaats];
3.2.
verstaat dat de griffier aantekening maakt in het gezagsregister van de beslissing onder 3.1.;
3.3.
stelt de volgende omgangsregeling vast tussen de vader en [de minderjarige]:
- op maandag en woensdag haalt de man [de minderjarige] van het kinderdagverblijf en zal [de minderjarige] tot 18.00 uur bij de man verblijven;
- een dagdeel per weekend, in overleg tussen de man en de vrouw te bepalen, verblijft [de minderjarige] bij de man;
3.4.
bepaalt de door de man te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van
[de minderjarige],geboren op [geboortedatum] 2024 te [geboorteplaats], op $ 166,00 per maand, met ingang van 1 augustus 2026 bij vooruitbetaling te voldoen;
3.5.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
3.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, op 15 juli 2026 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.