ECLI:NL:OGEABES:2026:174

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
15 juli 2026
Publicatiedatum
24 juli 2026
Zaaknummer
BON202600171
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:151 BW BESArt. 810 Rv BESArt. 827 lid 1 onder d Rv BES
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Echtscheiding met gezamenlijk gezag, hoofdverblijfplaats en alimentatie vastgesteld

De vrouw heeft bij het gerecht een verzoek ingediend tot echtscheiding van de man, met behoud van gezamenlijk gezag over hun minderjarige kind, vaststelling van de hoofdverblijfplaats bij de vrouw, en een voorlopige bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding. Tevens verzocht zij om de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap en een gebruiksvergoeding voor de gezamenlijke woning.

Tijdens de mondelinge behandeling verklaarde de man zich niet te verzetten tegen de echtscheiding en stemde hij in met het behoud van gezamenlijk gezag en de hoofdverblijfplaats bij de vrouw. Ook bevestigde hij de maandelijkse bijdrage van $400,- die hij reeds betaalde en bereid was voort te zetten. De Voogdijraad was betrokken bij de procedure.

Het gerecht wees het verzoek tot benoeming van een notaris en onzijdig persoon af, omdat de man bereid was mee te werken aan de afhandeling van de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap. Voor de gebruiksvergoeding van de woning bepaalde het gerecht een redelijke vergoeding van 4% van de helft van de overwaarde, aangezien partijen geen concrete taxatiegegevens hadden verstrekt.

De echtscheiding werd uitgesproken met ingang van de inschrijving in de registers van de burgerlijke stand. De kosten van de procedure werden door partijen zelf gedragen. De beschikking werd op 15 juli 2026 in het openbaar uitgesproken door rechter R.P.P. Hoekstra.

Uitkomst: Echtscheiding uitgesproken met behoud gezamenlijk gezag, hoofdverblijfplaats bij vrouw en maandelijkse alimentatie van $400,- vastgesteld.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

zittingsplaats Bonaire
registratienummer: BON202600171
datum beslissing: 15 juli 2026
BESCHIKKING
op het verzoek van
[de vrouw],
wonende te Bonaire,
verzoekster,
hierna: de vrouw,
gemachtigde: mr. A.T.C. Nicolaas,
tegen
[de man],
wonende te Bonaire,
verweerder,
hierna: de man,
procederend in persoon.
In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) BES is in de procedure gekend de Voogdijraad Caribisch Nederland (hierna: de Voogdijraad).

1.De procedure

1.1.
Het verzoekschrift met bijlagen is op 2 april 2026 op de griffie van het gerecht ingediend.
1.2.
Op 30 juni 2026 heeft de rechter, buiten aanwezigheid van anderen, gesproken met het minderjarige kind [de minderjarige].
1.3
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 1 juli 2026. De vrouw is verschenen, bijgestaan door mr. Nicolaas. De man is in persoon verschenen. Namens de Voogdijraad is mevrouw [medewerker voogdijraad] verschenen.
1.4.
De uitspraak is bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
Op [huwelijksdatum] 2014 zijn de man en de vrouw op [land] met elkaar getrouwd.
2.2.
Partijen zijn de ouders van het nu nog minderjarige kind:
-
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2013 te [geboorteplaats] ([geboorteland]), hierna: [de minderjarige].

3.De verzoeken en de beoordeling

Het verzoek
3.1.
De vrouw verzoekt:
- primair de echtscheiding uit te spreken, subsidiair de scheiding van tafel en bed uit te spreken;
- te bepalen dat het gezamenlijk gezag over [de minderjarige] in stand blijft;
- te bepalen dat het hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] bij de vrouw zal zijn;
- te bepalen dat een voorlopige maandelijkse bijdrage van $ 400,- in de kosten van verzorging en opvoeding van [de minderjarige] door de man aan de vrouw wordt betaald en dat de Voogdijraad een onderzoek instelt naar een definitieve bijdrage;
- partijen te veroordelen over te gaan tot scheiding en deling van de huwelijksgoederengemeenschap;
- benoeming van een notaris en onzijdig persoon;
- een gebruiksvergoeding voor de gezamenlijke woning gelegen aan [adres] te Bonaire.
De beoordeling
3.2.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de man verklaard zich niet te verzetten tegen het verzoek van de vrouw om van elkaar te scheiden. Het verzoek van de vrouw om de echtscheiding uit te spreken zal als op de wet gegrond (art. 1:151 BW Pro BES) worden toegewezen.
3.3.
Gezamenlijk gezag is het uitgangspunt. Nu beide partijen het hierover eens zijn zal het gerecht beslissen dat na de echtscheiding het gezamenlijk gezag over [de minderjarige] in stand blijft.
3.4.
De man heeft verklaard het eens te zijn met het verzoek van de vrouw om de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] bij de vrouw te bepalen. Het gerecht zal daarom dit verzoek toewijzen.
3.5.
De vrouw verzoekt een voorlopige bijdrage van $ 400,- per maand van de man in de kosten van verzorging en opvoeding van [de minderjarige]. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de man verteld dat hij al $ 400,- per maand aan de vrouw betaalt als bijdrage en dat hij dit zal blijven betalen. Partijen zijn het erover eens dat dit bedrag als definitieve bijdrage kan worden opgenomen in de beschikking en dat de Voogdijraad hier geen onderzoek naar hoeft te doen. Het gerecht zal daarom de bijdrage van verzorging en opvoeding van [de minderjarige] vaststellen op $ 400,- per maand.
3.6.
Het verzoek met betrekking tot de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap is niet weersproken en zal als op de wet gegrond worden toegewezen met ingang van datum inschrijving echtscheiding in de registers van de burgerlijke stand.
3.7.
Nu ter zitting is gebleken dat de man bereid is medewerking te verlenen aan de afhandeling van de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap, is er op dit moment geen belang bij de benoeming van een notaris en onzijdig persoon. Het gerecht zal deze verzoeken daarom afwijzen.
3.8.
Op grond van art. 827 lid 1 onder Pro d Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES kan de rechter als nevenvoorziening bij echtscheiding bepalen dat een (ex) echtgenoot het gebruik van de gezamenlijke woning tegen een redelijke vergoeding voortzet voor de duur van zes maanden na de inschrijving van de beschikking. De vrouw heeft de gezamenlijke woning verlaten en is elders gaan wonen. De man is voornemens voorlopig in de woning te blijven wonen. De vrouw verzoekt een vergoeding van 4% van de marktwaarde van de woning op jaarbasis. Tijdens de mondelinge behandeling is de berekening van de vergoeding ter sprake geweest. Het gerecht overweegt dat een vergoeding van 4% (op jaarbasis) van de helft van de overwaarde van de woning reëel is. Partijen hebben geen informatie gegeven over de getaxeerde waarde van de woning en de omvang van de hypotheekschuld, zodat het gerecht het bedrag van de gebruiksvergoeding niet kan vaststellen. Het gerecht zal daarom bepalen dat de man voor de duur van zes maanden na inschrijving van de beschikking het gebruik van de gezamenlijke woning mag voortzetten en aan de vrouw daarvoor een gebruiksvergoeding zal betalen van 4% van de helft van de overwaarde van de woning.
3.9.
De beslissing over de echtscheiding zal niet, zoals verzocht, uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard omdat die hoe dan ook pas tot stand komt door inschrijving van deze beschikking in de registers van de burgerlijke stand. Dit betekent dat ook de met de echtscheiding samenhangende overige beslissingen niet uitvoerbaar bij voorraad zullen worden verklaard.
3.10.
Vanwege het familierechtelijke karakter is voor een proceskostenveroordeling geen plaats en zal iedere partij de eigen kosten dragen.

4.De beslissing

Het gerecht:
4.1.
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op [huwelijksdatum] 2014 te [land];
4.2.
bepaalt dat verzoekers, na de echtscheiding, gezamenlijk belast blijven met het gezag over
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2013 te [geboorteplaats] ([geboorteland]);
4.3.
verstaat dat de griffier aantekening maakt van de gezagsbeslissing onder 4.2. in het gezagsregister;
4.4.
beveelt partijen om, na de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de daarvoor bestemde registers, met elkaar over te gaan tot de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap;
4.5.
bepaalt dat, met ingang van de datum van inschrijving van deze beschikking in de registers van de burgerlijke stand, de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] bij de vrouw zal zijn;
4.6.
bepaalt de door de man te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2013 te [geboorteplaats] ([geboorteland]), met ingang van 1 augustus 2026 op totaal $ 400,- per maand, telkens bij vooruitbetaling aan de vrouw te voldoen;
4.7.
bepaalt dat de man het gebruik van de woning gelegen aan [adres] te Bonaire voort mag zetten voor de duur van zes maanden na inschrijving van de beschikking tegen een door de man aan de vrouw te betalen gebruiksvergoeding van 4% van de helft van de overwaarde (op jaarbasis) van de woning, zoals uiteengezet onder 3.8;
4.8.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
4.9.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.