ECLI:NL:OGEABES:2026:178

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
15 juli 2026
Publicatiedatum
27 juli 2026
Zaaknummer
BON202500331
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 810 Rv BES
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Omgangsregeling en vaststelling kinderalimentatie tussen in Nederland wonende vader en moeder op Bonaire

De zaak betreft een verzoek van een vrouw woonachtig op Bonaire tegen een man woonachtig in Nederland, over de omgangsregeling met hun drie minderjarige kinderen en de vaststelling van kinderalimentatie.

Na eerdere aanhouding van beslissingen heeft de Voogdijraad Caribisch Nederland een raadsrapport en een herberekening van de alimentatie ingediend. Tijdens de mondelinge behandeling op 17 juni 2026 verschenen beide partijen en vertegenwoordigers van de Voogdijraad.

De man woont sinds 2 februari 2026 weer in Nederland en wenst drie vaste contactmomenten per week met de kinderen, terwijl de vrouw dit te belastend vindt. Het gerecht volgt het advies van de Voogdijraad en bepaalt één vast contactmoment per week met ruimte voor spontane contacten. Voor de schoolvakanties geldt dat de kinderen een deel van de zomervakantie, kerstvakantie en meivakantie bij de vader in Nederland verblijven, met gedeelde reiskosten.

De Voogdijraad berekende de kinderalimentatie op $731 per maand, een bedrag dat partijen niet betwisten. Het gerecht stelt dit bedrag vast met ingang van 1 augustus 2026, te voldoen bij vooruitbetaling. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en wijst overige verzoeken af.

Uitkomst: Het gerecht stelt een omgangsregeling met één vast contactmoment per week vast en bepaalt kinderalimentatie van $731 per maand met gedeelde reiskosten.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

zittingsplaats Bonaire

registratienummer: BON202500331
datum beslissing: 15 juli 2026
BESCHIKKING
in de zaak van:
[Verzoekster],
wonende te Bonaire,
verzoekster, hierna: de vrouw,
gemachtigde: mr. M.M.A. van Lieshout,
tegen
[Verweerder],
wonende te Goutum (Nederland),
verweerder, hierna: de man,
gemachtigde: mr. E.J. Winkel.
In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES is in de procedure gekend: de Voogdijraad Caribisch Nederland (hierna: de Voogdijraad).

1.Het procesverloop

1.1.
Het eerdere verloop van de procedure blijkt uit de beschikking van dit gerecht van 30 december 2025, waarin de beslissingen op het verzoek van de vrouw tot vaststelling van een bijdrage in de kosten en verzorging van de minderjarige kinderen
[de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2015 te [geboorteplaats] ([geboorteland]),
[de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2017 te [geboorteplaats] ([geboorteland]) en
[de minderjarige 3], geboren op [geboortedatum] 2022 te [geboorteplaats] ([geboorteland]) en het vaststellen van een omgangsregeling zijn aangehouden.
1.2
Na deze beschikking heeft de Voogdijraad op 22 april 2026 een raadsrapport met bijlagen ingediend. Op 16 juni 2026 heeft de Voogdijraad een akte van herberekening kinderalimentatie ingediend bij de griffie van dit gerecht.
1.3.
De voortgezette mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 17 juni 2026. Daarbij zijn verschenen:
- de vader (via videoverbinding) en zijn gemachtigde;
- de moeder met haar gemachtigde;
- [ medewerker 1] en [medewerker 2] namens de Voogdijraad.
1.4.
De beschikking is bepaald op heden.

2.De verdere beoordeling

2.1.
Sinds de vorige mondelinge behandeling op 10 december 2025 zijn de omstandigheden voor de omgangsregeling veranderd, in die zin dat de man sinds 2 februari 2026 weer in Nederland woont. Ter zitting heeft hij verklaard dat dit geen tijdelijke situatie is en dat hij in Nederland blijft wonen. Ook is gebleken dat de man de voorgestelde contactregeling van de Voogdijraad, waarbij er één vast belmoment per week en ruimte voor andere spontane contactmomenten is, onvoldoende vindt. Op dit moment hebben de kinderen op zondagochtend een vast contactmoment met de man en is er ruimte voor spontaan contact als daar een reden voor is. De man wil een rol van betekenis spelen in het leven van de kinderen en wenst drie vaste contactmomenten per week met de kinderen. De vrouw verklaart ter zitting dat drie vaste contactmomenten de nodige uitdagingen met zich mee brengt en dat zij bang is dat het voor de kinderen dan als een verplichting gaat voelen. Het gerecht overweegt dat het met drie jonge kinderen niet altijd makkelijk zal zijn om drie vaste (telefonische) contactmomenten per week af te spreken. Het gerecht zal daarom het advies van de Voogdijraad volgen en bepalen dat er per week één vast contactmoment is en dat er ruimte is voor spontante contactmomenten. Met betrekking tot de schoolvakanties zijn, met uitzondering van de komende zomervakantie, nog geen concrete afspraken gemaakt. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de man een vakantieregeling voorgesteld waarbij de kinderen drie weken in de zomervakantie, één week in de kerstvakantie en één week in de meivakantie bij hem in Nederland zijn. Het gerecht overweegt dat het uitgangspunt voor een – door partijen nader in te vullen – regeling moet zijn dat de kinderen in ieder geval een deel van de zomervakantie, een deel van de kerstvakantie en een deel van de meivakantie naar de man in Nederland gaan en dat de reiskosten voor de kinderen bij helfte worden gedeeld tussen de man en de vrouw.
2.2.
De Voogdijraad heeft een berekening gemaakt ten behoeve van de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen. Uit deze berekening volgt een bedrag van totaal $ 731,- per maand door de man aan de vrouw te betalen. Ter zitting blijkt dat partijen het eens zijn over de hoogte van het bedrag. De man heeft echter wel opgemerkt dat er bij de berekening geen rekening is gehouden met de hoge bijkomende kosten in verband met het meermaals per jaar reizen van en naar Nederland. Zoals hiervoor is overwogen moeten die reiskosten voor de kinderen door de ouders bij helfte worden gedragen. Reiskosten van de ouders zelf komen voor hun eigen rekening en daar hoeft bij de berekening dus geen rekening te worden gehouden. De door de Voogdijraad gemaakte berekening komt het gerecht verder deugdelijk voor. Naar het oordeel van het gerecht is het bedrag van
$ 731,00 per maand in overeenstemming met de wettelijke maatstaven voor het bepalen van kinderalimentatie. Het gerecht zal de verzochte kinderalimentatie daarom dienovereenkomstig vaststellen. De datum waarop de door het gerecht vast te stellen kinderalimentatie ingaat zal worden bepaald op de eerste van de maand volgend na de datum van deze beschikking, dus op 1 augustus 2026.
2.3.
De vader moet de kinderalimentatie steeds vóór de eerste dag van de maand betalen. Het gaat namelijk om een bijdrage in de kosten die in de daaropvolgende maand worden gemaakt en dan zou het te laat zijn als de alimentatie pas later in die maand wordt betaald.

3.De beslissing

Het gerecht:
3.1.
bepaalt voor de omgangs- en contactregeling dat de man één keer per week op zondag een vast (bel/video)contact heeft met de kinderen en dat er door de week ruimte blijft voor spontane contactmomenten;
3.2.
bepaalt dat partijen gezamenlijk afspraken maken over de verdeling van de omgangs- en contactregeling tijdens de schoolvakanties van de kinderen, waarbij als uitgangspunt geldt dat de kinderen een deel van de zomervakantie, een deel van de kerstvakantie en een deel van de meivakantie bij de man in Nederland zijn en dat de reiskosten voor de kinderen voor 50% voor rekening komen van de man en voor 50% voor rekening komen van de vrouw;
3.3.
bepaalt de door de man te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige kinderen
[de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2015 te [geboorteplaats] ([geboorteland]), [de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2017 te [geboorteplaats] ([geboorteland]) en [de minderjarige 3], geboren op [geboortedatum] 2022 te [geboorteplaats] ([geboorteland])met ingang van 1 augustus 2026 op $ 731,00 per maand, telkens bij vooruitbetaling te voldoen aan de Belastingdienst Caribisch Nederland.
3.4.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
3.5.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.