ECLI:NL:OGEABES:2026:20
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking voorlopige surseance van betaling en faillietverklaring besloten vennootschap
Bij beschikking van 17 april 2026 was aan de besloten vennootschap voorlopige surseance van betaling verleend met aanstelling van een bewindvoerder. Op verzoek van de bewindvoerder, ingediend op 23 april 2026, is de voorlopige surseance ingetrokken en is de vennootschap failliet verklaard.
De bewindvoerder stelde dat de surseance niet langer wenselijk was vanwege de staat van de boedel en het ontbreken van uitzicht op betaling van schuldeisers. Tevens was er onvoldoende liquiditeit om aan lopende verplichtingen te voldoen. Het bestuur van de vennootschap steunde het verzoek tot faillissement.
Het gerecht oordeelde op grond van artikel 232 Fw Pro dat intrekking van de voorlopige surseance en faillietverklaring passend waren. Omdat de bewindvoerder niet tot curator kon worden benoemd, werd een andere curator aangesteld. De rechter-commissaris werd eveneens benoemd. De beschikking werd uitgesproken op 28 april 2026 in aanwezigheid van de griffier.
Uitkomst: De voorlopige surseance van betaling is ingetrokken en de besloten vennootschap is failliet verklaard.