Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA,
EUX2024 I 00001 (vrijwaring)
1.De procedure
- het verzoekschrift met producties, dat op 24 april 2024 is ingediend
- de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring door OLE van de Staat der Nederlanden;
- het vonnis van 15 november 2024 in het incident, waarbij OLE is toegelaten de Staat der Nederlanden in vrijwaring op te roepen;
- de conclusie van antwoord met producties van 14 januari 2025;
- de op 3 december 2025 door Stuco toegezonden producties (memo en foto’s);
- de op 3 december 2025 dor OLE toegezonden productie 5;
- de op 8 december 2025 door Stuco toegezonden aanvullende productie 7;
- de akte wijziging eis c.q. vermeerdering van eis van Stuco van 8 december 2025.
- de rolbeslissing van 21 januari 2025, waarin geen verstek werd verleend tegen de niet verschenen Staat, maar de Staat in de gelegenheid werd gesteld om alsnog een conclusie van antwoord in vrijwaring te nemen;
- de conclusie van antwoord in vrijwaring van 12 augustus 2025;
- de op 9 december 2025 genomen producties 3 en 4 van de Staat.
2.De feiten
Op 7 februari 2018 werd Marcolino [naam] ([naam]) als regeringscommissaris aangewezen, op grond van de Tijdelijke wet taakverwaarlozing Sint Eustatius. Deze wet is in werking gebleven tot 15 juli 2020.
3.Het geschil
4.De beoordeling in de hoofdzaak
Het Gerecht verwerpt dat verweer.
Allereerst was de achtergrond van de brief niet een “normale gang van zaken”. In 2019 zat Sint Eustatius in een acute en gevaarlijke drinkwatercrisis. Er was alleen gedurende zes uren per dag drinkwater beschikbaar. Na 20.00 uur was er geen water meer om te douchen. Er was slechts een opslagcapaciteit voor drinkwater van twee dagen, terwijl dat op grond van wettelijke regels zeven dagen moet zijn. En dat laatste is op Sint Eustatius des te meer aan de orde in verband met een reëel gevaar van gehele uitval van de drinkwatervoorziening als gevolg van orkanen. Tegen deze achtergrond hoefde Stuco er naar het oordeel van het Gerecht geen onderzoek naar te doen of de toezegging van de regeringscommissaris reëel was.
Stuco heeft toegelicht dat zij de investeringen heeft kunnen doen door gebruik te maken van reserves die zij in haar divisie “elektriciteit” had opgebouwd als gevolg van eerdere stortingen door GEBE. Zij is verplicht deze reserves weer aan te vullen.
Tijdens de comparitie heeft OLE zich op het standpunt gesteld dat er mogelijk in Den Haag wel ruimte was voor een vergoeding van de investeringen, maar dat Stuco heeft geweigerd om nadere informatie over te leggen. Dat standpunt had OLE in de conclusie van antwoord nog niet ingenomen. Er ontstond tijdens de zitting onduidelijkheid over de vraag of, hoe en wanneer OLE aan Stuco om specificatie van de investeringen had verzocht. OLE stelde dat wel te hebben gedaan, maar kon dat niet onderbouwen. Stuco verklaarde dat een accountant voor OLE alle jaarstukken had gecontroleerd en goed bevonden en dat Stuco nooit om een specificatie was verzocht.
- Bouw en ingebruikname van een wateropslagtank van 4.000 m3 in Round Hill. Dit zorgde ervoor dat werd voldaan aan de wettelijke vereiste om een minimale drinkwatervoorziening van zeven dagen te handhaven, terwijl ook de voorzieningszekerheid op het eiland werd versterkt.
- Installatie van twee omgekeerde osmose-installaties (RO) van elk 250 m3, die nodig waren om de op dat moment zeer beperkte ontziltingscapaciteit van het eiland uit te breiden.
- De bijbehorende infrastructuurwerken die nodig waren om deze activa aan te sluiten, te beveiligen en in bedrijf te stellen.
5.De beoordeling in de vrijwaringszaak
6.De beslissing
dinsdag 10 maart 2026voor het nemen van een akte door OLE, zoals hiervoor onder 4.13 omschreven;
dinsdag 10 maart 2026voor beraad.