Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:OGEABES:2026:67

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
25 maart 2026
Publicatiedatum
18 juni 2026
Zaaknummer
BON202500409
Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:5 BWArt. 1:206 lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gerechtelijke vaststelling vaderschap van minderjarige op Bonaire

In deze zaak heeft het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba op 25 maart 2026 uitspraak gedaan over de gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van een minderjarige. De moeder van het kind had het vaderschap van de man gevorderd. De man kreeg de mogelijkheid om tegenbewijs te leveren, bijvoorbeeld met DNA-onderzoek, maar heeft hiervan geen gebruik gemaakt.

Het gerecht verwijst naar een eerdere beschikking van 29 oktober 2025 waarin de man was toegelaten tot het leveren van tegenbewijs en een termijn tot 28 januari 2026 was gesteld. Omdat de man geen tegenbewijs heeft geleverd, stelt het gerecht het vaderschap van de man vast zoals door de moeder verzocht.

De bijzondere curator, die de minderjarige vertegenwoordigde, wordt ontslagen van zijn taak, behalve indien tegen deze beslissing hoger beroep wordt ingesteld. Het gerecht overweegt tevens dat de minderjarige sinds de vernietiging van een eerdere erkenning weer de geslachtsnaam van de moeder draagt, en dat wijzigingen in de geslachtsnaam van de moeder nog niet zijn doorgevoerd.

De griffier wordt opgedragen een afschrift van de beschikking toe te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand in Aruba zodra de beschikking in kracht van gewijsde is gegaan, tenzij er hoger beroep wordt ingesteld.

Uitkomst: Het vaderschap van de man ten aanzien van de minderjarige wordt gerechtelijk vastgesteld.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

zittingsplaats Bonaire

registratienummer: BON202500409
datum beslissing: 25 maart 2026
BESCHIKKING
in de zaak van:
[de moeder],
wonende te Bonaire,
verzoekster, hierna ook: de moeder,
gemachtigde: mr. M.M.A. van Lieshout,
tegen
[de man],
wonende te Bonaire,
verweerder, hierna te noemen: de man,
procederend in persoon,
betreffende de minderjarige:
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2018 in [geboorteplaats] (hierna: [de minderjarige]), vertegenwoordigd door de Voogdijraad CN in zijn hoedanigheid als bijzonder curator.

1.De verdere beoordeling

1.1.
Voor het verloop van de procedure tot 29 oktober 2025 verwijst het gerecht naar de beschikking van dit gerecht van die datum.
1.2.
Bij die beschikking van 29 oktober 2025 is de man toegelaten tot het leveren van tegenbewijs van de voorshands bewezen stelling dat hij de verwekker is van [de minderjarige], bijvoorbeeld met DNA-bewijs waaraan de moeder haar medewerking zal verlenen. In diezelfde beschikking is de man voor het leveren van tegenbewijs de tijd gegund tot 28 januari 2026. Iedere overige beslissing is aangehouden. Daarbij is vermeld dat als de man van deze mogelijkheid geen gebruik maakt, het gerecht zonder nadere zitting een eindbeschikking zal geven.
1.3.
Omdat man geen gebruik heeft gemaakt van de hem geboden mogelijkheid om tegenbewijs te leveren van de voorshands bewezen stelling dat hij de verwekker is van [de minderjarige], zal het gerecht onder verwijzing naar rechtsoverwegingen 4.1. tot en met 4.5. van de hiervoor genoemde beschikking van 29 oktober 2025 het vaderschap van de man gerechtelijk vaststellen, zoals de moeder heeft verzocht.
1.4.
Met deze uitspraak acht het gerecht de werkzaamheden van de bijzondere curator beëindigd, behalve in het geval dat tegen de beslissing tot vaststelling van het vaderschap van de man hoger beroep wordt ingesteld.
1.5.
Ten overvloede overweegt het gerecht nog het volgende. Het gerecht gaat er in deze beschikking van uit dat [de minderjarige] sinds (het in kracht van gewijsde gaan van) de vernietiging van de erkenning door de ex-partner van de moeder (zie r.o. 2.2. van de hiervoor genoemde beschikking van 29 oktober 2025) weer de geslachtsnaam van de moeder draagt (zie artikel 1:5 jo Pro. artikel 1:206 lid 1 BW Pro BES). Volgens de in deze procedure overgelegde kopie van de geboorteakte van 27 mei 2024 is de geslachtsnaam van de moeder ‘[de moeder]’. Het gerecht is bij de beslissing onder 2.1. van die informatie uitgegaan. Ambtshalve is het gerecht ermee bekend dat de moeder al enige tijd bezig is met het wijzigen van haar geslachtsnaam op de betreffende aktes van de burgerlijke stand naar ‘[de moeder]’. Het gerecht gaat ervan uit dat dat nog niet is gebeurd. Mocht dat wel het geval zijn, dan is de beslissing onder 2.1. niet bedoeld om de geslachtsnaam opnieuw te wijzigen.

2.De beslissing

Het gerecht:
2.1.
stelt het vaderschap vast van
[de man], geboren op [geboortedatum] 1988 te [geboorteplaats], [geboorteland], ten aanzien van de minderjarige:
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2018 in [geboorteplaats],
2.2.
bepaalt dat de griffier van het gerecht, zodra deze beschikking in kracht van gewijsde is gegaan, dus niet eerder dan zes weken na de dag van deze beschikking en slechts indien geen hoger beroep is ingesteld, een afschrift van de beschikking doet toekomen aan de ambtenaar van de burgerlijke stand in Aruba,
2.3.
ontslaat de bijzonder curator van zijn taak, behalve in het geval dat tegen de beslissing tot vaststelling van het vaderschap hoger beroep wordt ingesteld,
2.4.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.