ECLI:NL:OGEABES:2026:90

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
8 april 2026
Publicatiedatum
1 juli 2026
Zaaknummer
BON202500621
Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:151 BW BESArt. 810 Rv BES
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Echtscheiding met behoud gezamenlijk gezag en hoofdverblijfplaats bij moeder

De vrouw verzocht de echtscheiding van partijen, het beëindigen van het gezamenlijk gezag en toekenning van eenhoofdig gezag aan haar, het bepalen van de hoofdverblijfplaats van de minderjarige kinderen bij haar en het laten onderzoeken van kinderalimentatie.

Het gerecht stelde vast dat het huwelijk duurzaam is ontwricht en kende de echtscheiding toe. Het handhaafde het gezamenlijk gezag omdat beperkte communicatie en detentie van de man onvoldoende gronden boden voor beëindiging van het gezag. De hoofdverblijfplaats van de kinderen werd bij de vrouw vastgesteld, met instemming van de man.

De Voogdijraad werd niet verzocht tot onderzoek naar kinderalimentatie omdat de man geen draagkracht heeft door detentie en geen inkomsten. De proceskosten werden gecompenseerd tussen partijen. De beschikking werd niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard omdat inschrijving in het register vereist is.

Uitkomst: Echtscheiding uitgesproken, gezamenlijk gezag gehandhaafd, hoofdverblijfplaats bij moeder en geen kinderalimentatie wegens ontbreken draagkracht.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA zittingsplaats Bonaire

Registratienummer: BON202500621
Datum uitspraak: 8 april 2026
BESCHIKKING
in de zaak van:
[de vrouw],
wonende te Bonaire,
hierna: de vrouw,
gemachtigde: mr. A.T.C. Nicolaas,
tegen
[de man],
thans gedetineerd in de Justitiële Inrichting Caribisch Nederland te Bonaire,
hierna: de man,
gemachtigde: mr. E.J. Winkel.
In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) BES is in de procedure gekend de Voogdijraad Caribisch Nederland (hierna: de Voogdijraad).

1.Het procesverloop

1.1.
Het verzoekschrift van de vrouw is met bijlagen op 5 december 2025 ter griffie ingediend.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 18 maart 2026. Daarbij is de vrouw verschenen, bijgestaan door mr. Nicolaas. De gemachtigde van de man, mr. Winkel, is verschenen. De man zelf is niet verschenen.
1.3.
De beschikking is bepaald op heden.

2.De feiten

2.1.
De man en de vrouw zijn op [huwelijksdatum] 2020 te Bonaire met elkaar gehuwd.
2.2.
Uit de relatie tussen partijen zijn de volgende op dit moment nog minderjarige kinderen geboren:
 [
[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2017 te [geboorteplaats], hierna: [minderarige 1].
 [
[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2022 te [geboorteplaats], hierna: [minderarige 2].

3.Het verzoek en de beoordeling

Het verzoek
3.1.
De vrouw verzoekt:
  • het uitspreken van de echtscheiding tussen partijen;
  • te bepalen dat het gezamenlijk gezag van de man en de vrouw over hun minderjarige kinderen wordt beëindigd en na de echtscheiding alleen aan de vrouw toekomt;
  • de hoofdverblijfplaats van de minderjarige kinderen te bepalen bij de vrouw;
  • de kosten voor verzorging en opvoeding van de minderjarige kinderen te bepalen op nihil en de Voogdijraad te verzoeken een onderzoek in te stellen naar de hoogte van de kinderalimentatie.
De beoordeling
3.2.
De vrouw stelt in haar verzoek dat het huwelijk tussen partijen duurzaam is ontwricht. De man heeft verklaard, bij monde van zijn gemachtigde, het eens te zijn met het verzoek. Het gerecht zal het echtscheidingsverzoek als op de wet (artikel 1:151 BW Pro BES) gegrond toewijzen.
3.3.
De vrouw verzoekt eenhoofdig gezag na de echtscheiding. Uit het verzoekschrift en tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat er op dit moment sprake is van zeer beperkte communicatie tussen de man en de vrouw, dit vanwege de detentie van de man. Het gerecht overweegt dat het uitgangspunt is dat de ouders ook na een echtscheiding het gezamenlijk gezag over hun kinderen blijven uitoefenen, tenzij er gegronde vrees bestaat dat daardoor de belangen van de kinderen zouden worden verwaarloosd. Het enkele feit dat de communicatie tussen de ouders verstoord is, is onvoldoende aanleiding om het gezamenlijk gezag te beëindigen. Ook detentie is niet direct aanleiding het gezamenlijk gezag te beëindigen, omdat het een tijdelijke situatie betreft. Het gerecht ziet daarom onvoldoende grond het gezamenlijk gezag te beëindigen en toe te kennen aan alleen de vrouw; er lijkt geen sprake van dat dit in het belang van de kinderen noodzakelijk is.
3.4.
De hoofdverblijfplaats van [minderarige 1] en [minderarige 2] is op dit moment bij de vrouw. De man heeft, bij monde van zijn gemachtigde, verklaard dat hij het eens is met verzoek de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de vrouw te bepalen. Het verzoek van de vrouw zal daarom worden toegewezen.
3.5.
Met betrekking tot de kosten voor verzorging en opvoeding van de kinderen is het gerecht van oordeel dat beide ouders naar draagkracht moeten bijdragen. Nu de man is gedetineerd en geen inkomsten heeft, is hij niet in de mogelijkheid een financiële bijdrage te leveren. Deze situatie verandert mogelijk op het moment dat de man weer uit detentie is en werk heeft gevonden. Het verzoek van de vrouw om de Voogdijraad een onderzoek uit te laten voeren naar de kinderalimentatie zal worden afgewezen. Op dit moment heeft de man geen verdiencapaciteit en daarmee geen draagkracht. Een onderzoek naar de zijn mogelijkheden een bijdrage te betalen, kan immers pas worden gestart op het moment dat de man vrij is en werk heeft. Dit zal op zijn vroegst in december 2026 zijn, wanneer zijn detentie (mogelijk) wordt beëindigd. Bij haar verzoek de kinderalimentatie voorlopig op nihil te stellen heeft de vrouw geen zelfstandig belang.
3.6.
De beslissing over de echtscheiding zal niet, zoals verzocht, uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard omdat die hoe dan ook pas tot stand komt door inschrijving van deze beschikking in de registers van de burgerlijke stand. Dit betekent dat ook de met de echtscheiding samenhangende overige beslissingen niet uitvoerbaar bij voorraad zullen worden verklaard.
3.7.
De proceskosten zullen worden gecompenseerd, omdat partijen (ex) echtgenoten zijn.

4.De beslissing

Het gerecht:
4.1.
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, getrouwd op [huwelijksdatum] 2020 te Bonaire.
4.2.
bepaalt dat partijen, na de echtscheiding, gezamenlijk belast zullen blijven met het gezag over
[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum]2017 te [geboorteplaats] en
[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2022 te [geboorteplaats].
4.3.
verstaat dat de griffier de beslissing onder 4.2. aantekent in het gezagsregister.
4.4.
bepaalt de hoofdverblijfplaats van [minderarige 1] en [minderarige 2] met ingang van heden bij de vrouw.
4.5.
compenseert de proceskosten tussen partijen.
4.6.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en op 8 april 2026 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.