ECLI:NL:OGEABES:2026:94
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing definitieve ondertoezichtstelling en opheffing voorlopige ondertoezichtstelling minderjarigen
De Voogdijraad Caribisch Nederland verzocht om een definitieve ondertoezichtstelling van twee minderjarigen, geboren in 2018 en 2022, die bij hun moeder wonen. De voorlopige ondertoezichtstelling was reeds op 5 maart 2026 toegewezen vanwege ernstige zorgen over hun lichamelijke, cognitieve en emotionele ontwikkeling.
Na een kinderbeschermingsonderzoek en een rapport van de Voogdijraad op 27 mei 2026, waarin werd vastgesteld dat er geen ernstige zorgen zijn over de ontwikkeling van deze twee kinderen, maar wel over twee andere kinderen in het gezin, werd het verzoek tot ondertoezichtstelling ingediend. De Voogdijraad stelde dat de ondertoezichtstelling noodzakelijk is vanwege het systematische patroon van onveiligheid binnen het gezin.
Het gerecht oordeelde dat er onvoldoende wettelijke grondslagen zijn voor een ondertoezichtstelling van de twee minderjarigen, omdat zij zich normaal ontwikkelen en er geen directe bedreiging is. De moeder toont bereidheid om hulp te zoeken en te aanvaarden. Daarom werd het verzoek afgewezen en de voorlopige ondertoezichtstelling opgeheven.
De uitspraak werd op 4 juni 2026 in het openbaar gedaan door rechter R.P.P. Hoekstra, waarbij ook de griffier aanwezig was.
Uitkomst: Het verzoek tot ondertoezichtstelling wordt afgewezen en de voorlopige ondertoezichtstelling opgeheven wegens het ontbreken van ernstige bedreiging van de ontwikkeling van de minderjarigen.