ECLI:NL:OGEABES:2026:97

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
22 april 2026
Publicatiedatum
2 juli 2026
Zaaknummer
BON202500488
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8.46 Belastingwet BESArt. 8.53 Belastingwet BESArt. 136 onder I Procesreglement Civiele Zaken 2023Art. 1 Protocol EVRMArt. 6 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen executoriaal beslag op woning wegens belastingschulden ongegrond verklaard

Eiser heeft vier dwangschriften ontvangen van de Ontvanger van de Belastingdienst Caribisch Nederland wegens belastingschulden, deels privé en deels als bestuurder van twee ondernemingen. Omdat eiser de bedragen niet betaalde, legde de Ontvanger executoriaal beslag op zijn woning op Bonaire.

Eiser kwam in verzet tegen de tenuitvoerlegging van de dwangschriften op grond van vermeende onregelmatigheden, betwisting van de grondslag van de belastingschuld, disproportionaliteit van het beslag en schending van fundamentele rechten. Het Gerecht oordeelde dat eiser zijn stellingen onvoldoende had onderbouwd, dat de dwangschriften rechtsgeldig waren betekend en dat het beslag proportioneel was gezien de onbetaalde aanslagen.

Verder stelde het Gerecht vast dat het verzet niet gericht kan zijn tegen de wettigheid of hoogte van de belastingschulden en dat de Ontvanger bevoegd is tot executie voordat bezwaar of beroep is afgehandeld. De door eiser genoemde schendingen van EVRM, IVBPR, UVRM, Grondwet en AVG werden niet aannemelijk gemaakt.

Het verzet werd daarom ongegrond verklaard en eiser werd veroordeeld in de proceskosten, die nihil werden begroot vanwege interne vertegenwoordiging van de Ontvanger. Het vonnis werd op 22 april 2026 uitgesproken door rechter Hoekstra.

Uitkomst: Het verzet tegen de executoriale beslaglegging op de woning wegens belastingschulden wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

zittingsplaats Bonaire

registratienummer: BON202500488
datum beslissing: 22 april 2026
in de zaak van
[eiser],
wonend op Bonaire,
eisende partij,
hierna: [eiser],
gemachtigde: mr. A.C. Small,
tegen
de Ontvanger van de Belastingdienst Caribisch Nederland,
zetelend op Bonaire,
gedaagde partij,
hierna: de Ontvanger,
gemachtigde: mr. J.G. Giel.

1.De procedure

1.1.
Het verzoekschrift met bijlagen is op 19 september 2025 op de griffie van dit Gerecht ingediend. Op 26 november 2025 heeft de Ontvanger voor antwoord geconcludeerd.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 18 maart 2026. [eiser] werd vertegenwoordigd door mr. Small. De Ontvanger is niet op de mondelinge behandeling verschenen. De spreekaantekeningen die mr. Small heeft voorgelezen zijn aan het dossier toegevoegd.
1.3.
Ten slotte is bepaald dat op 22 april 2026 uitspraak zal worden gedaan.

2.De kern van de zaak

2.1. [
eiser] heeft in verband met belastingschulden vier dwangschriften van de Ontvanger ontvangen. Omdat [eiser] de bedragen uit de dwangschriften niet heeft betaald, heeft de Ontvanger executoriaal beslag gelegd op zijn woning. Met het verzoekschrift komt [eiser] in verzet tegen de tenuitvoerlegging van de dwangschriften. Het verzet van [eiser] wordt ongegrond verklaard.

3.De beoordeling

De achtergrond van het geschil
3.1.
De Ontvanger heeft de volgende vier dwangschriften [1] aan [eiser] betekend:
- DWS10180448, uitgevaardigd op 28 juni 2022, totale schuld: USD 93.508;
- DWS10312410, uitgevaardigd op 14 januari 2025, totale schuld: USD 1.385;
- DWS10317655, uitgevaardigd op 27 februari 2025, totale schuld: USD 59.012;
- DWS10325118, uitgevaardigd op 12 mei 2025, totale schuld: USD 168.052.
3.2.
De dwangschriften hebben deels betrekking op belastingschulden van [eiser] in privé en deels op belastingschulden van de ondernemingen [B.V. 1] en [B.V. 2] waarvan [eiser] bestuurder is. De Ontvanger heeft [eiser] als bestuurder aansprakelijk gesteld voor de belastingschulden van de hiervoor genoemde ondernemingen.
3.3. [
eiser] heeft de belastingschulden uit rechtsoverweging 3.1 niet betaald. De Ontvanger heeft op 10 juli 2025 executoriaal beslag gelegd op de woning van [eiser] aan de [adres] op Bonaire.
Het verzet van [eiser] tegen de dwangschriften
3.4. [
eiser] is met zijn verzoekschrift op grond van artikel 8.53 Belastingwet BES in verzet gekomen tegen de tenuitvoerlegging van de onder rechtsoverweging 3.1 genoemde dwangschriften. [eiser] vordert zijn verzet gegrond te verklaren, de tenuitvoerlegging van de dwangschriften nietig of ongeldig te verklaren of op te schorten tot de Ontvanger op bezwaarschriften heeft geantwoord en de Ontvanger te verbieden verdere executiemaatregelen te nemen.
3.5.
Aan zijn verzet legt [eiser] ten grondslag dat sprake is van onregelmatigheden bij de tenuitvoerlegging van de dwangschriften, de grondslag van de belastingschuld wordt betwist, het beslag disproportioneel is en fundamentele rechten van [eiser] worden geschonden.
De beoordeling van het verzet van [eiser]
3.6. [
eiser] heeft zijn stelling dat de tenuitvoerlegging van de dwangschriften heeft plaatsgevonden zonder voorafgaande kennisgeving en zonder de mogelijkheid van wederhoor niet onderbouwd. De Ontvanger voert terecht aan dat de belastingschulden betrekking hebben op een periode vanaf 2018 tot en met 2025 en dat voor de belastingschulden talloze aanslagen en aanmaningen zijn verstuurd. Dat is door [eiser] niet weersproken. Bovendien zijn de dwangschriften aan [eiser] betekend door de belastingdeurwaarder. [eiser] heeft nog gesteld dat die betekening niet op de juiste wijze plaats heeft gevonden. De vraag of de betekening juist heeft plaats gevonden kan in het midden blijven. De dwangschriften zijn namelijk door [eiser] ontvangen, want hij is daartegen tijdig in verzet gekomen. Van onregelmatigheden bij de tenuitvoerlegging van de dwangschriften is geen sprake.
3.7.
Daargelaten dat [eiser] niet onderbouwd heeft dat hij tijdig in bezwaar gegaan is tegen de belastingschulden, staat een eventuele bezwaarprocedure het recht van de Ontvanger om de dwangschriften ten uitvoer te leggen niet in de weg. Uit artikel 8.53 van de Belastingwet BES volgt dat een verzet niet gericht kan zijn tegen de wettigheid of grootte van de belastingschulden. De wetgever heeft de Ontvanger het recht gegeven om tot executie over te gaan voordat in een bezwaar- of beroepsprocedure is beslist.
3.8. [
eiser] wordt niet gevolgd in zijn stelling dat het beslag op zijn woning disproportioneel is. [eiser] heeft aanzienlijke aanslagen van de Ontvanger onbetaald gelaten. Het staat [eiser] vrij om ter voorkoming van een executieverkoop van zijn woning de belastingschulden op een andere manier te betalen of aan de Ontvanger zekerheid te verschaffen.
3.9.
Tot slot heeft [eiser] nog gesteld dat de executie van de dwangschriften schending oplevert van artikel 1 Protocol Pro EVRM, artikel 6 EVRM Pro, artikel 14 IVBPR Pro, artikel 17 UVRM Pro, artikel 1 Grondwet Pro en artikel 5 tot Pro en met 22 AVG. [eiser] heeft alleen de hiervoor genoemde artikelen in zijn verzoekschrift opgesomd. [eiser] heeft niet gesteld waarom de getroffen maatregelen door de Ontvanger de hiervoor genoemde rechten van [eiser] zouden schenden. Van schending van deze rechten door de Ontvanger is het Gerecht niet gebleken.
3.10.
Gelet op het voorgaande zal het verzet van [eiser] tegen de dwangschriften ongegrond worden verklaard.
[eiser] moet proceskosten betalen
3.11. [
eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten van de Ontvanger betalen. Het Gerecht begrijpt dat de gemachtigde van de Ontvanger bij de Ontvanger in dienst is. Daarom worden de proceskosten op nihil begroot. [2]

4.De beslissing

Het gerecht:
4.1.
verklaart het verzet ongegrond;
4.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van de Ontvanger begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 22 april 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.

Voetnoten

1.Als bedoeld in artikel 8.46 Belastingwet BES.
2.Artikel 136 onder Pro I Procesreglement Civiele Zaken 2023.