ECLI:NL:OGEABES:2026:97
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen executoriaal beslag op woning wegens belastingschulden ongegrond verklaard
Eiser heeft vier dwangschriften ontvangen van de Ontvanger van de Belastingdienst Caribisch Nederland wegens belastingschulden, deels privé en deels als bestuurder van twee ondernemingen. Omdat eiser de bedragen niet betaalde, legde de Ontvanger executoriaal beslag op zijn woning op Bonaire.
Eiser kwam in verzet tegen de tenuitvoerlegging van de dwangschriften op grond van vermeende onregelmatigheden, betwisting van de grondslag van de belastingschuld, disproportionaliteit van het beslag en schending van fundamentele rechten. Het Gerecht oordeelde dat eiser zijn stellingen onvoldoende had onderbouwd, dat de dwangschriften rechtsgeldig waren betekend en dat het beslag proportioneel was gezien de onbetaalde aanslagen.
Verder stelde het Gerecht vast dat het verzet niet gericht kan zijn tegen de wettigheid of hoogte van de belastingschulden en dat de Ontvanger bevoegd is tot executie voordat bezwaar of beroep is afgehandeld. De door eiser genoemde schendingen van EVRM, IVBPR, UVRM, Grondwet en AVG werden niet aannemelijk gemaakt.
Het verzet werd daarom ongegrond verklaard en eiser werd veroordeeld in de proceskosten, die nihil werden begroot vanwege interne vertegenwoordiging van de Ontvanger. Het vonnis werd op 22 april 2026 uitgesproken door rechter Hoekstra.
Uitkomst: Het verzet tegen de executoriale beslaglegging op de woning wegens belastingschulden wordt ongegrond verklaard.