ECLI:NL:OGEAC:2010:BO6760
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering doorhaling merkregistratie HOLISTER wegens onvoldoende bewijs algemene bekendheid en kwade trouw
JMH, houder van het woordmerk HOLLISTER CO., vordert de doorhaling van de registratie van het woordmerk HOLISTER door Rewachand en een verbod op gebruik van overeenstemmende tekens. JMH baseert haar vordering op artikel 6bis van het Unieverdrag van Parijs en bepalingen uit de Merkenlandsverordening, stellende dat HOLISTER verwarring kan stichten met haar algemeen bekende merk en dat de registratie te kwader trouw is verricht.
Rewachand betwist de algemene bekendheid van HOLLISTER CO. ten tijde van haar depot in 2007 en stelt dat zij het merk HOLISTER eerder heeft gedeponeerd. Tevens voert zij aan dat er geen sprake is van verwarring omdat beide merken zich op verschillende marktsegmenten richten en dat zij het merk HOLISTER nog niet heeft gebruikt.
Het gerecht oordeelt dat JMH onvoldoende heeft onderbouwd dat HOLLISTER CO. ten tijde van het depot van HOLISTER algemeen bekend was in de Nederlandse Antillen. Het aangeleverde bewijs, waaronder buitenlandse rechterlijke uitspraken en een website, is onvoldoende om algemene bekendheid aan te nemen. Ook de stelling van kwade trouw wordt verworpen wegens gebrek aan bewijs van normaal gebruik of bekendheid bij Rewachand.
Gelet hierop wijst het gerecht alle vorderingen van JMH af en veroordeelt haar in de proceskosten. Rewachand behoudt het recht op haar merk HOLISTER en kan dit exclusief gebruiken in het economisch verkeer.
Uitkomst: De vorderingen van JMH tot doorhaling van het merk HOLISTER en verbod op gebruik worden afgewezen en JMH wordt veroordeeld in de proceskosten.