ECLI:NL:OGEAC:2011:BP9810
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Werknemer heeft recht op wettelijke cessantia-uitkering ondanks pensioen
De werknemer, die sinds 1971 bij Wimco in dienst was, vorderde betaling van de wettelijke cessantia-uitkering bij beëindiging van zijn dienstverband wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd van 62 jaar. De werkgever verweerde zich met het argument dat op grond van de CAO en de pensioenuitkering geen recht op cessantia bestaat.
De rechtbank oordeelde dat de specifieke regeling in de Cessantia Landsverordening voorrang heeft op de algemene CAO-bepalingen. Volgens artikel 3 van Pro deze landsverordening vervalt de aanspraak op cessantia alleen indien de pensioenuitkering gelijk is aan of hoger is dan de AOV-uitkering. In dit geval was de pensioenuitkering lager dan de AOV-uitkering, zodat de cessantia-uitkering verschuldigd is.
De CAO-bepalingen die aanspraak op cessantia uitsluiten bij pensioenuitkering zijn op grond van artikel 10 lid 2 van Pro de Cessantia Landsverordening nietig. De werkgever werd veroordeeld tot betaling van de cessantia-uitkering van NAf 20.244,- vermeerderd met wettelijke rente vanaf 7 oktober 2010. De veroordeling werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de werkgever werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Werknemer heeft recht op cessantia-uitkering van NAf 20.244,- met wettelijke rente, werkgever veroordeeld tot betaling.