ECLI:NL:OGEAC:2011:BT8409
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag op staande voet nietig wegens ontbreken dringende reden en niet-nakoming bovenwettelijke uitkering
De werknemer trad in 2009 in dienst bij MAS als administratieve kracht en werd in februari 2011 op staande voet geschorst en ontslagen wegens vermeende schromelijke verwaarlozing van werkzaamheden en een overboeking van geld naar haar privérekening. De werknemer stelde dat er geen dringende reden was voor ontslag en dat het bedrag op haar rekening in overleg was overgemaakt en gebruikt voor praktijkuitgaven.
Het Gerecht stelde vast dat de overboeking door de directeur van MAS was goedgekeurd en dat de werknemer aannemelijk had gemaakt dat het geld ten behoeve van MAS was besteed. De vermeende verwaarlozing van werkzaamheden werd niet bewezen, mede doordat de achterstand in declaraties het gevolg was van het niet verlengen van een licentie door de directeur.
Het ontslag op staande voet werd daarom nietig verklaard. De toestemming voor de beëindiging van het dienstverband was verbonden aan een voorwaarde van betaling van een bovenwettelijke uitkering, welke niet was nagekomen. De loonvordering van de werknemer werd gematigd tot 1 september 2011 en MAS werd veroordeeld tot betaling van het loon met vertragingsrente en proceskosten.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is nietig verklaard en MAS is veroordeeld tot betaling van loon met vertragingsrente en proceskosten.