ECLI:NL:OGEAC:2011:BU8417
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot betaling en verklaring van verbeurde dwangsommen wegens gebrek aan belang
De Stichting vordert een verklaring voor recht dat gedaagde dwangsommen heeft verbeurd en deze moet betalen. Het geschil betreft een dam op het schiereiland Brakkeput Ariba, waarover de Stichting een verkavelingsplan heeft, terwijl gedaagde de dam wil behouden voor toegang tot zijn kavels.
Het Hof oordeelde dat de dwangsommen nog niet verjaard zijn, maar verwees de zaak terug naar het Gerecht van Eerste Aanleg voor materiële beoordeling. Dit gerecht concludeert dat ondanks mogelijke verbeurde dwangsommen, de Stichting geen belang meer heeft bij betaling omdat zij het verkavelingsplan niet heeft uitgevoerd en geen nadeel ondervindt.
Daarom worden de dwangsommen gematigd tot nihil en wordt de vordering van de Stichting afgewezen. Tevens wordt de Stichting veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak benadrukt de bevoegdheid tot matiging van dwangsommen onder het oude recht op grond van redelijkheid en billijkheid.
Uitkomst: De vordering van de Stichting tot betaling van dwangsommen wordt afgewezen en de dwangsommen worden gematigd tot nihil wegens het ontbreken van belang.