Uitspraak
Landsverordening administratiefrechtelijke rechtspraak
,
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Eiser, de Rector Magnificus van de University of Curaçao (UoC), werd op 25 augustus 2011 op staande voet ontslagen door de Raad van Toezicht (RvT). Eiser maakte proforma bezwaar en startte een civiele procedure waarin de rechter oordeelde dat sprake was van kennelijk onredelijke ontslagen en veroordeelde de UoC tot betaling van een billijke schadevergoeding.
Het Hof verklaarde eiser niet-ontvankelijk bij de burgerlijke rechter omdat een andere rechtsgang, namelijk de bestuursrechtelijke procedure, openstond. Vervolgens stelde eiser beroep in bij de bestuursrechter, maar dit beroepschrift was te laat ingediend. Het Gerecht achtte de termijnoverschrijding echter verschoonbaar vanwege bijzondere omstandigheden buiten eiser's schuld en het spoedig instellen van het beroep na het eindoordeel van het Hof.
Het Gerecht oordeelde dat verweerders nog niet hadden beslist op de bezwaarschriften en verklaarde het beroep gegrond. Het vernietigde de weigering om te beslissen en droeg de RvT en de Rector Magnificus op binnen twee maanden alsnog te beslissen op de bezwaarschriften. Tevens werd de UoC veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
De uitspraak benadrukt de noodzaak van correcte rechtsgang en tijdige besluitvorming door bestuursorganen, en bevestigt dat termijnoverschrijding onder bijzondere omstandigheden kan worden verontschuldigd.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de Raad van Toezicht wordt opgedragen binnen twee maanden alsnog te beslissen op de bezwaarschriften.