Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
[eiseres],
DE OMBUDSMAN VAN HET LAND CURAÇAO,
gemachtigde: mr. M.F. Bonapart,
2. de openbare rechtspersoon
HET LAND CURAÇAO,
Verloop van de procedure
Na verder debat is vonnis gevraagd.
Feiten
Geschil
- dat de namen van de informanten wier verklaringen deel uitmaken van het onderzoeksdossier aan haar bekend worden gemaakt;
- dat een eventuele noodzaak om de anonimiteit van informanten te handhaven door de ombudsman met objectieve bewijzen moet worden gestaafd;
Beoordeling
Voor zover de vordering is ingesteld tegen de ombudsman, is [eiseres] daarin dan ook niet-ontvankelijk.
Het was geheel aan de ombudsman hoe zij haar onderzoek wenste in te richten en om daarbij als informant – al dan niet onder ede – zoveel personen te (doen) horen als zij nodig vond, ook als die informanten daarbij de voorwaarde stelden dat hun identiteit niet bekend zou worden gemaakt. Dat is inherent aan de beginfase van een dergelijk onderzoek, waarin zoveel mogelijk informatie moet worden verkregen. Om te voorkomen dat zij haar oordeel zou baseren op roddel en achterklap, heeft de ombudsman zich vervolgens een oordeel moeten vormen over de betrouwbaarheid van de aldus gehoorde informanten. Naast de indruk die de informanten bij het gesprek maakten, zal daarbij van belang zijn geweest in hoeverre hun verklaringen steun vonden in verklaringen van anderen of in de beschikbare documenten. Ten slotte heeft de ombudsman moeten beslissen welke verklaringen zij betrouwbaar genoeg achtte om aan haar eindrapport ten grondslag te leggen. Dat eindrapport is nog niet beschikbaar, maar ter zitting heeft de ombudsman meegedeeld dat van verklaringen van informanten wier identiteit niet bij [eiseres] bekend is, alleen gebruik is gemaakt, voor zover die verklaringen steun vinden in de aanwezige documenten.
NAf 1.000,00 aan salaris voor elk van beide gemachtigden. Voor een veroordeling in de werkelijke kosten van rechtsbijstand is geen aanleiding.