ECLI:NL:OGEAC:2016:110
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Herbenoeming als lid raad van commissarissen overheidsentiteit niet afdwingbaar
Eiser was benoemd als lid van de Raad van Commissarissen (RvC) van Curinde voor een periode van vier jaar, die in maart 2015 verstreek. De Raad van Ministers meldde het voornemen tot herbenoeming aan de Stichting Bureau Toezicht en Normering Overheidsentiteiten (SBTNO), die geen zwaarwegende bezwaren had tegen de herbenoeming.
Ondanks dit advies heeft de president-commissaris van de RvC de aandeelhouders verzocht af te zien van de herbenoeming. Eiser heeft sindsdien geen duidelijkheid gekregen over zijn herbenoeming en vordert in kort geding dat gedaagde het besluit tot herbenoeming ondertekent.
Het gerecht stelt vast dat de aandeelhouder, het Land Curaçao, de bevoegdheid heeft om te beslissen over benoeming en herbenoeming van commissarissen. Er is geen recht op afdwinging van herbenoeming zonder ondubbelzinnige toezeggingen. Ook ten aanzien van de benoeming van een nieuwe directeur is de aandeelhouder bevoegd en is de RvC niet langer betrokken bij werving en selectie.
De vordering van eiser wordt afgewezen, maar partijen dragen ieder hun eigen proceskosten vanwege de onduidelijkheid over de besluitvorming. Het vonnis is gewezen door mr. P.E. de Kort en uitgesproken op 2 september 2015.
Uitkomst: De vordering tot afdwinging van de herbenoeming van eiser als lid van de raad van commissarissen wordt afgewezen.