ECLI:NL:OGEAC:2016:180
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Ontslag op staande voet nietig en ontbinding arbeidsovereenkomst met vergoeding
Verzoeker was sinds 2010 in dienst bij DCSS als manager. Op 19 augustus 2016 werd hij op staande voet ontslagen vanwege vermeende tekortkomingen tijdens werkzaamheden op 18 augustus 2016. Het ontslag werd per brief en Whatsapp gecommuniceerd, maar de reden was onvoldoende concreet omschreven.
Het Gerecht oordeelde dat het ontslag op staande voet nietig is omdat de dringende reden niet duidelijk werd meegedeeld, zoals vereist volgens artikel 7A:1615o BW. DCSS betaalde het loon vanaf 1 augustus 2016 niet, waardoor verzoeker recht kreeg op loonbetaling met vertragingsrente.
DCSS verzocht daarnaast om ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens verstoorde arbeidsverhouding. Het Gerecht stelde vast dat de vertrouwensbasis tussen partijen was verdwenen en ontbond de arbeidsovereenkomst per 22 december 2016. Verzoeker kreeg een vergoeding van NAf 6.000,00 bruto, verminderd met eventuele cessantia-uitkering.
De proceskosten werden gecompenseerd en DCSS kreeg de mogelijkheid het ontbindingsverzoek in te trekken. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is nietig verklaard en de arbeidsovereenkomst ontbonden met een vergoeding van NAf 6.000,00.