ECLI:NL:OGEAC:2016:187
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Nietig ontslag op staande voet wegens ontbreken dringende reden en matiging loonvordering
Op 14 april 2014 is een arbeidsovereenkomst gesloten tussen werknemer en werkgever. Op 14 mei 2016 sprak de werkgever een ontslag op staande voet uit wegens vermeend wangedrag van de werknemer, waaronder alcoholgebruik tijdens werktijd en het ontbreken van een verblijfsvergunning. De werknemer betwistte de dringende reden en stelde dat het ontslag niet rechtsgeldig was.
De werknemer verzocht het Gerecht om het ontslag nietig te verklaren en de werkgever te veroordelen tot doorbetaling van loon vanaf mei 2016. De werkgever verscheen niet in de procedure en leverde geen aanvullend bewijs voor de dringende reden. Het Gerecht oordeelde dat niet vaststond dat de dringende reden aanwezig was en verklaarde het ontslag op staande voet nietig.
Omdat de arbeidsovereenkomst daardoor is blijven voortduren, veroordeelde het Gerecht de werkgever tot betaling van loon over vijf maanden, gematigd wegens redelijkheid en billijkheid, vermeerderd met wettelijke verhoging en rente. De werkgever werd tevens veroordeeld in de proceskosten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad gegeven.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is nietig verklaard en de werkgever is veroordeeld tot betaling van loon over vijf maanden met rente.