Global International Trading N.V. en een oud-bestuurder zijn in geschil over de vaststelling van de verkoopprijs van aandelen in World Wide Equipment N.V. (WWE) op grond van een participatieovereenkomst. De oud-bestuurder betwist dat de door Global gehanteerde verkoopprijs correct is en vordert inzage in boekhoudkundige bescheiden en een deskundigenbericht om de juiste waarde vast te stellen.
Het dienstverband van de oud-bestuurder eindigde per 31 december 2012 waarna hij zijn aandelen aan Global terugleverde. Global stelde dat de aandelen minder waard waren dan de uitstaande lening en vorderde het verschil. De oud-bestuurder verweerde zich onder meer met het argument dat de aankoopprijs te hoog was, maar het gerecht oordeelde dat deze prijs bindend is omdat deze is overeengekomen en niet is vernietigd.
De verkoopprijs moest volgens de overeenkomst worden vastgesteld op basis van de intrinsieke waarde per 31 december 2012, waarbij het oordeel van Global doorslaggevend is. De oud-bestuurder vermoedt echter dat de jaarcijfers 2012 niet correct zijn en dat de verkoopprijs daardoor te laag is vastgesteld. Het gerecht staat toe dat de oud-bestuurder dit kan aantonen via een deskundigenbericht, waarbij Global de benodigde informatie moet verstrekken.
De kosten van de deskundige komen voor rekening van de oud-bestuurder. De zaak wordt verwezen voor nadere uitlatingen over de deskundige, de vraagstelling en het honorarium. De vordering tot nakoming van verplichtingen door Global wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De zaak wordt aangehouden voor verdere beslissing.