ECLI:NL:OGEAC:2016:60
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Schorsing van executie vonnis wegens tegenvordering en misbruik van recht
In deze zaak vordert eiser schorsing van de executie van een vonnis van het Hof uit 2005, waarin hij is veroordeeld tot betaling van aanzienlijke bedragen aan gedaagden. Eiser stelt dat hij een tegenvordering heeft op D.C. Cardiology Group N.V., die verrekend moet worden met de restvordering van gedaagden, en dat de executie daardoor misbruik van recht oplevert.
Het Gerecht stelt vast dat de restvordering van gedaagden op eiser aanzienlijk lager is dan door hen gesteld en dat eiser een tegenvordering heeft ter grootte van 33,3% van de executieopbrengst die aan D.C. toekomt. Gedaagden betwisten dit, maar het Gerecht oordeelt dat verrekening op zijn plaats is en dat de correcties die gedaagden aanvoeren reeds in de bodemprocedure zijn behandeld.
Gezien het feit dat de executie grote gevolgen kan hebben voor eiser en dat het onomkeerbare effecten kan hebben indien later blijkt dat de vordering lager is, wordt de executie geschorst totdat de bodemrechter definitief uitspraak doet over de vordering en tegenvordering. Andere vorderingen van eiser worden afgewezen. Gedaagden worden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De executie van het vonnis wordt geschorst totdat de bodemrechter de vordering en tegenvordering definitief heeft vastgesteld.