ECLI:NL:OGEAC:2016:8

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao

Datum uitspraak
19 januari 2016
Publicatiedatum
26 april 2016
Zaaknummer
AR KG 77008/2015
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 705 lid 2 Rv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beslaglegging op salaris en rekening wegens betwiste verkoop terrein Tra'i Seru gehandhaafd

In deze zaak vordert eiser de opheffing van conservatoir beslag dat door gedaagde is gelegd op zijn salaris en bankrekening. Gedaagde stelt dat eiser samen met een derde partij een terrein te Tra'i Seru heeft verkocht zonder daartoe bevoegd te zijn, waardoor gedaagde schade heeft geleden. Eiser ontkent partij te zijn bij de koopovereenkomst en stelt slechts als bemiddelaar te hebben gefungeerd.

Het Gerecht overweegt dat er geen sprake is van vormverzuim bij het beslag en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zijn rol beperkt was tot bemiddeling. Uit de overgelegde stukken blijkt dat eiser een kwitantie als mede-verkoper heeft ondertekend, een betaling heeft ontvangen en betrokken was bij de aanvraag van een bouwvergunning.

Gezien het ontbreken van voldoende zekerheid en het feit dat eiser geen bevredigende verklaring heeft gegeven over de ontvangen cheque, wordt de vordering tot opheffing van het beslag afgewezen. Het loonbeslag wordt ondanks de financiële impact op eiser gehandhaafd, mede omdat gedaagde bereid is tot overleg over een regeling. Het vonnis is gewezen door rechter P.E. de Kort en is in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: De vordering tot opheffing van het conservatoir beslag op salaris en bankrekening wordt afgewezen.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
Vonnis
in het kort geding van:
[EISER],
wonende te Curaçao,
eiser in kort geding,
gemachtigde: de advocaat mr. A.V.G. Rooijer,
--tegen--
[GEDAAGDE],
wonende te Curaçao,
gedaagde in kort geding,
gemachtigde: deurwaarder M. Bazur.

1.Het verloop van de procedure

1.1 [
eiser] heeft op 18 december 2015 een verzoekschrift ingediend. Het kort geding is behandeld ter zitting van 5 januari 2015. Op de zitting hebben de gemachtigden de zaak bepleit met verwijzing naar overgelegde notities en producties.
1.2
Vonnis is bepaald op heden.

2.De beoordeling

2.1
In dit kort geding wordt uitgegaan van het volgende:
a) [eiser] is in dienst van het Land Curaçao (Openbare werken, VV & Ruimtelijke planning). Op 26 augustus 2015 heeft [gedaagde] conservatoir beslag gelegd op het salaris van [eiser]. Ook heeft [gedaagde] beslag gelegd op een rekening van [eiser] (handelende onder de naam GSON General Contractors) bij Girobank.
b) De beslagen zijn door [gedaagde] gelegd ter verzekering van verhaal van een vordering tot ongedaanmaking en schadevergoeding die [gedaagde] stelt te hebben op [eiser] en op [verkoper]. Volgens [gedaagde] hebben [eiser] en [verkoper]] hem opgelicht bij de verkoop van een stuk domeingrond aan de Kaya Secotan te Trai Seru. Volgens [gedaagde] heeft hij via bemiddelaar/architect [bemiddelaar/architect] (Caribbean Business Support Inc.) in totaal Naf. 36.000 voor het perceel betaald, waarvan Naf. 27.000 aan [verkoper] en Naf 9.000 aan [eiser]. Aan [bemiddelaar/architect] heeft hij voorts Naf. 4.000 betaald voor bouwtekeningen. Het perceel is echter nooit aan [gedaagde] geleverd en achteraf heeft hij moeten vaststellen dat [eiser] en [verkoper]] geen recht of titel hadden om dit perceel te verkopen. [gedaagde] heeft strafrechtelijke aangifte gedaan tegen [eiser] en [verkoper].
c) [gedaagde] heeft de volgende stukken overgelegd:
Koopovereenkomst
Een koopovereenkomst gedateerd 25 oktober 2013, getekend door [verkoper]] als verkoper en [gedaagde] als koper, met betrekking tot “een opstal met rechten te Trai Seru”. De overeenkomst bepaalt onder meer het volgende:
“De totale koopprijs van het verkochte bedraagt NAF. 27.000,-- (…)
1. Verkoper maak het terrein schoon (al gedaan) en zet de grenspunten in terrein.
2. Verkoper geeft garantie van 3 maanden op het terrein en tevens water en electra aansluiting.
3. Verkoper regelt bij ROP het bouwvergunning van het opstal te Trai Seru.
4. Koper vult in de Domein formulier volledig in, en teken het formulier, en krijgt een povonr.
(…)
De voor de overdracht vereiste akte van levering zal later worden gedaan (Domeinbeheer).”
Kwitantie Naf. 27.000
Een kwitantie gedateerd 25 oktober 2013 getekend door [verkoper]], met als tekst:
“Ontvangen van Dhr. [gedaagde]] [gedaagde] (Koper) aankoop terrein / opstal te Tray Seru van Dhr. [verkoper] (Verkoper)
bedrag Naf. 27.000,= (…)”
Kwitantiebrief cheque Naf. 9.000
Een brief met kwitantie en een kopie van een door [bemiddelaar/architect] aan [eiser] uitgeschreven cheque, alles gedateerd 31 oktober 2013, getrokken op Girobank, voor een bedrag van Naf. 9.000, voor akkoord getekend door [bemiddelaar/architect] als “bemiddelaar” en voor ontvangst en voor akkoord getekend door [eiser] als “Mede Verkoper”. De kwitantie brief luidt:
“Hierbij ontvangt u aanbetaling c.q. waarborgsom t.b.v. het terrein te Tray Seru 703 m2 conform de door u voorgestelde bedrag van Naf. (zie cheque Nr …) die door u ( [eiser]) als mede verkoper voor ontvangst en voor akkoord heeft getekend, waarvan akte.
Hopende wij u voldoende te hebben geïnformeerd in deze c.q. in afwachting van het bouwvergunning, verblijven wij (…)”
Aanvraag bouwvergunning
Een brief van [bemiddelaar/architect] aan [eiser] van 13 december 2013 gedateerd 13 december 2013, voor ontvangst getekend door [eiser], waarvan de tekst luidt:
“Hierbij ontvangt u in tweevoud een set bestektekeningen (…) voor het R.O.P. bouw aanvraag t.b.v. het bouwvergunning conform uw voor akkoord getekend koopovereenkomst van 25 oktober 2013 vermeld onder punt No. 3 in overeenstemming met [koper], beter bekend als “koper”, waarvan akte.
Hopende wij u voldoende te hebben geïnformeerd in deze c.q. in afwachting van het bouwvergunning, verblijven wij (…)”
d) [gedaagde] heeft de koopovereenkomst buitengerechtelijk ontbonden en heeft bij dit Gerecht een bodemprocedure tegen [eiser] en [verkoper]] aangespannen ter verkrijging van (terug)betaling en schadevergoeding. [eiser] heeft in die procedure binnen de daarvoor gestelde termijn geen verweer gevoerd, waarna zijn recht daartoe is vervallen verklaard.
2.2 [
eiser] vordert in dit kort geding de opheffing van de door [gedaagde] gelegde beslagen. Hij stelt dat hij geen partij is bij de koopovereenkomst en dat zijn rol zich heeft beperkt tot het in contact brengen van [bemiddelaar/architect], met wie hij vaker over projecten sprak, met [verkoper], die naar hij wist percelen te koop had. De cheque van Naf. 9.000 zegt [eiser] niet te hebben geïncasseerd. Dit betrof volgens hem een soort zekerheid om te voorkomen dat [verkoper] het perceel aan een derde zou verkopen. [eiser] stelt voorts dat het loonbeslag hem zwaar treft, nu hij daardoor en gelet op zijn aflossingsverplichtingen terzake een persoonlijke lening bij Banco di Caribe geheel zonder inkomen zit.
2.3
Het Gerecht overweegt als volgt.
2.4
Ingevolge artikel 705 lid 2 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kunnen beslagen onder meer worden opgeheven bij verzuim van op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen, indien summierlijk van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht of van het onnodige van het beslag blijkt of, zo het beslag is gelegd voor een geldvordering, indien voor deze vordering voldoende zekerheid wordt gesteld.
2.5
Dat sprake zou zijn van vormverzuim, is gesteld noch gebleken. Op die grond kan derhalve niet tot opheffing worden beslist.
2.6
Evenmin kan worden geoordeeld dat in dit kort geding is gebleken dat de vordering van [gedaagde] op [eiser] ondeugdelijk is of dat het beslag onnodig is. Binnen het bestek van dit kort geding heeft [eiser] niet aannemelijk gemaakt dat zijn rol bij de transactie zich heeft beperkt tot het in contact brengen van [bemiddelaar/architect] en [verkoper]. [eiser] heeft, naar het zich op grond van de overlegde stukken laat aanzien, een kwitantie als mede-verkoper ondertekend, heeft een betaling van Naf. 9.000 ontvangen en heeft bemoeienis gehad met de aanvraag van en bouwvergunning, welke vergunning volgens de koopovereenkomst (sub 3) door de verkoper zou worden geregeld. Nu in dit kort geding voorts niet ter discussie staat dat [eiser] en/of [verkoper] niet bevoegd waren over het betreffende perceel te beschikken, kan voorshands niet worden geoordeeld dat de stelling van [gedaagde] dat [eiser] jegens hem schadeplichtig is wegens zijn rol bij deze transactie - ook als [eiser] niet als verkoper zou kunnen worden aangemerkt - ongegrond is. Daarbij geldt in het bijzonder dat [eiser] geen bevredigende verklaring heeft gegeven over de reden van de door hem ontvangen cheque. De stelling van [eiser] dat dit een soort waarborgsom zou betreffen lijkt onaannemelijk, nu afgaand op de stukken (het andere deel van) de koopsom reeds een paar dagen eerder door [gedaagde] was voldaan. De door [eiser] overgelegde verklaring van [verkoper] dat [eiser] niet heeft bemiddeld, geen mede-verkoper was en geen gelden voor [verkoper] heeft ontvangen, legt in het licht van de overige gebleken omstandigheden en bescheiden onvoldoende gewicht in de schaal.
2.7
De omstandigheid dat het loonbeslag [eiser] ernstig beperkt in zijn financiële mogelijkheden is op zichzelf niet voldoende om het beslag onrechtmatig te achten. Daarbij komt dat [gedaagde] ter zitting heeft verklaard bereid te zijn te overleggen over een regeling, alternatieve zekerheid of een beperking van het maandelijks in te houden bedrag.
2.8
Ter zitting is de mogelijkheid van een door [eiser] af te geven bankgarantie besproken. Een dergelijke garantie is echter nog niet gesteld of aangeboden. Van voldoende zekerheid als bedoeld in artikel 705 lid 2 Rv Pro is derhalve vooralsnog geen sprake.

3.De beslissing

Het Gerecht, rechtdoende in kort geding:
wijst af het gevorderde;
veroordeelt eiser in de kosten van het geding, aan de zijde van gedaagde begroot op Naf. 1.000 aan gemachtigdensalaris.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.E. de Kort, rechter in het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken.