Uitspraak
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.Het geschil
- het op 29 april 2016 gegeven ontslag nietig verklaart en
- de Stichting veroordeelt tot betaling van:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Verzoeker, een paardentrainer in dienst bij Stichting Fundashon Criadero C.J., werd op 28 april 2016 op staande voet ontslagen zonder dat hem een concrete dringende reden werd meegedeeld. De werkgever stelde dat het ontslag met wederzijds goedvinden was bevestigd, maar het gerecht oordeelde dat hiervoor geen ondubbelzinnige wilsuiting van verzoeker bestond.
Het ontslag werd daarom nietig verklaard, waardoor de arbeidsovereenkomst voortduurde tot de latere rechtsgeldige opzegging per 23 september 2016. Verzoeker had zich bereid verklaard zijn werkzaamheden voort te zetten. De werkgever werd veroordeeld tot betaling van het loon van NAf 1.420,24 bruto per maand over de periode van 1 mei tot 23 september 2016, met een gematigde wettelijke verhoging van 10% over het loon van 1 mei tot 1 augustus 2016.
Vorderingen voor niet doorbetaalde vakantiedagen, overwerkvergoeding, kosten voor reparatie van een pick-up en vergoeding voor het gebruik van een appartement en pick-up werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing of omdat deze reeds waren voldaan. Proceskosten werden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is nietig verklaard en de werkgever is veroordeeld tot doorbetaling van loon met wettelijke verhoging tot de rechtsgeldige beëindiging.