ECLI:NL:OGEAC:2017:131

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao

Datum uitspraak
21 september 2017
Publicatiedatum
27 september 2017
Zaaknummer
KG 83260/2017
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 228 Rv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tijdelijke gebruiksregeling en verwijzing kort geding naar bodemprocedure tussen broer en zus over gezamenlijke woning

Eiseres en gedaagde, broer en zus, zijn gezamenlijk eigenaar van een perceel met een huis in Curaçao. Er ontstonden geschillen over de financiering en het gebruik van het huis. Eiseres vorderde in kort geding toegang tot een deel van het huis, waarop gedaagde verweer voerde.

Tijdens de zitting en nadien per e-mail bereikten partijen overeenstemming over een tijdelijke regeling die de periode overbrugt tot een definitieve oplossing in een bodemprocedure of overleg. De regeling bepaalt dat eiseres de benedenverdieping mag gebruiken of verhuren, en gedaagde de bovenverdieping, elk exclusief voor de ander. Kosten van erfpacht en onroerende zaakbelasting worden gelijk verdeeld, met betaling na bewijs van voldaan zijn.

Verder zullen aparte meters voor elektriciteit en water worden aangevraagd en gebruikt, en zijn er afspraken over ingangen en bezoekers. Partijen mogen het huis niet afbreken of verbouwen buiten het gebruiksklaar maken voor verhuur of bewoning.

De rechter veroordeelde partijen tot naleving van deze regeling met dwangsom en verwees de zaak op verzoek van partijen naar de gewone zitting voor verdere behandeling van het geschil.

Uitkomst: Partijen worden veroordeeld tot naleving van de tijdelijke gebruiksregeling en de zaak wordt verwezen naar de gewone zitting voor verdere afwikkeling.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
VONNIS
in kort geding
in de zaak van:
[Eiseres],
wonend in Nederland,
eiseres,
gemachtigde: mr. B.J. Rollings,
tegen
[Gedaagde],
wonend te Curaçao,
gedaagde,
gemachtigde: mr. S. Da Costa Gomez.

1.Het procesverloop

Eiseres heeft op 12 juli 2017 een verzoekschrift ingediend. Het kort geding is na uitstelverzoek behandeld op 5 september 2017. Partijen zijn verschenen, vergezeld van hun gemachtigden. De gemachtigden hebben de zaak bepleit, waarna een regeling minnelijke oplossing is besproken.
Bij e-mail van 6 september 2017 heeft de rechter de gemachtigden van partijen een voorstel gedaan voor een in een vonnis neer te leggen regeling. Na enige verdere e-mailcorrespondentie is over de tekst daarvan overeenstemming bereikt.

2.De beoordeling

2.1
Partijen zijn broer en zus. Zij zijn samen, ieder voor de onverdeelde helft, rechthebbende met betrekking tot het perceel [adres te Curaçao] en het daarop gebouwde huis. Tussen hen zijn meningsverschillen ontstaan over onder meer de financiering van de bouw en het gebruik van het huis.
2.2
Eiseres heeft in dit kort geding onder meer gevorderd dat gedaagde haar de toegang tot een deel van het huis verschaft. Gedaagde heeft verweer gevoerd.
2.3
Ter zitting is gebleken dat partijen uiteindelijk tot een verdeling (uitkoop) willen komen en is een tijdelijke regeling besproken vooruitlopend op een dergelijke afwikkeling. Ter zitting en in de e-mailcorrespondentie na de zitting is die regeling uitgewerkt. Partijen zijn het eens geworden over het volgende:
Partijen komen ter beslechting van hun geschil in dit kort geding – onder voorbehoud van alle rechten voor het overige – het volgende overeen:
1.
Partijen treffen een tijdelijke regeling die bedoeld is om de periode te overbruggen die het duurt om (in een bodemprocedure of in overleg) tot een definitieve oplossing te komen van hun geschillen over onder meer ieders bijdrage aan de kosten van de bouw van het huis en over ieders aanspraken op het gebruik van het huis.
2. Met ingang van heden tot en met 31 augustus 2019 geldt dat eiseres de benedenverdieping zal kunnen gebruiken en/of verhuren (met uitsluiting van gedaagde) en gedaagde de bovenverdieping (met uitsluiting van eiseres). Eiseres is voornemens de benedenverdieping aan mw. [naam] te verhuren. Gedaagde wil de bovenverdieping laten bewonen door mw. [naam] en eventueel zelf gaan bewonen.
Partijen zullen over en weer toestaan dat bezoekers van de benedenverdieping respectievelijk de bovenverdieping vrije toegang tot de beneden- c.q. bovenverdieping hebben.
Het is partijen niet toegestaan het huis af te breken, verbouwingen dan wel andersoortige wijzigingen aan te brengen anders dan het gebruiksklaar maken van het huis voor verhuur of bewoning.
3.
Met ingang van 1 september 2017 worden de kosten van erfpacht en de onroerende zaak-belasting door partijen ieder voor de helft betaald. Eiseres zal haar helft aan gedaagde betalen - zonder verrekening, dus echt betalen - binnen veertien dagen nadat gedaagde aan eiseres bewijs heeft gemaild dat hij deze kosten heeft voldaan.
4.
Gedaagde zal Aqualectra nog deze week verzoeken zo spoedig mogelijk aparte meters te plaatsen voor elektriciteit en water van de bovenverdieping, zodat het verbruik van de beide verdiepingen en de aansluitingen apart worden geregistreerd. Eiseres zal zich onthouden van het gebruik van elektriciteit en water van de bovenverdieping en gedaagde zal zich onthouden van het gebruik van elektriciteit en water van de benedenverdieping.
5.
Voor de benedenverdieping wordt het eerste jaar (tot en met 31 augustus 2018) gebruik gemaakt van de achteringang van het erf en voor de bovenverdieping van de vooringang. Per 1 september 2018 tot en met 31 augustus 2019 geldt het omgekeerde.
6.
Partijen verzoeken de rechter deze regeling op te nemen in een vonnis en daaraan (voor ieder van hen) een passende dwangsom te verbinden. Voor wat betreft hun geschil over de scheiding en deling van het huis en de onderlinge afrekening verzoeken partijen dat de zaak (voor zover mogelijk) wordt verwezen naar de bodemprocedure voor conclusie van eis zijdens eiseres.
2.4
Artikel 228 Rv Pro bepaalt dat de rechter in kort geding, in plaats van de voorziening te weigeren, op eenparig verzoek van partijen de zaak kan verwijzen naar de gewone terechtzitting. Deze zaak leent zich daarvoor. Gelet daarop en gelet op de tussen partijen getroffen voorlopige regeling, zal als volgt worden beslist.

3.De beslissing

Het Gerecht,
rechtdoende in kort geding
3.1
veroordeelt ieder van partijen de hiervoor onder 2.3 opgenomen regeling na te komen, zulks op straffe van een ten behoeve van de ander te verbeuren dwangsom van NAf 100 voor iedere dag dat zij na een week na betekening van dit vonnis daarmee in gebreke blijven, met een maximum van NAf 10.000;
3.2
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.3
verwijst de zaak voor het overige op de voet van art. 228 Rv Pro naar de gewone zitting van maandag 20 november 2017 voor conclusie van eis aan de zijde van eiseres.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.E. de Kort, rechter in dit gerecht, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken door mr. MW. Scholte op 21 september 2017.