Uitspraak
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
5.De beslissing
Het Gerecht:
wijst afhet verzoek tot kosteloos procederen;
wijst afhet overige door [verzoekster] verzochte.
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Verzoekster, werkzaam als parttimer bij de naamloze vennootschap Diolé N.V. (de Gouverneur), stelde dat zij ten onrechte was ontslagen en vorderde loonbetaling vanaf september 2016. Partijen hadden een arbeidsovereenkomst waarbij parttimers alleen betaald worden voor daadwerkelijk gewerkte uren. Na een incident op de werkvloer in augustus 2016 ontstond onenigheid over de beëindiging van het dienstverband.
Verzoekster stuurde een bericht dat zij niet meer op het rooster hoefde te worden gezet en leverde haar sloven in. Zij ondertekende een betalingsbewijs waarin zij verklaarde het dienstverband op eigen initiatief te beëindigen. De werkgever ging hier redelijkerwijs van uit dat het dienstverband was geëindigd.
Hoewel verzoekster later haar standpunt wijzigde en loonbetaling vorderde, oordeelde de rechtbank dat de arbeidsovereenkomst met instemming van verzoekster was geëindigd. De bereidheid van de werkgever om verzoekster te laten terugkeren werd gezien als een nieuwe start, niet als voortzetting van het oude dienstverband. Het verzoek tot kosteloos procederen werd eveneens afgewezen. De vorderingen werden afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De vordering tot loonbetaling wordt afgewezen omdat het dienstverband met instemming van verzoekster is geëindigd.