Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
Uitspraak
de minister van Financiën,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
verklaartzich
onbevoegd.
twee wekenna de dag van bekendmaking van de uitspraak. Zie artikel 80, eerste lid, van de Lar.
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Eiseres verzocht de minister van Financiën op grond van de Landsverordening openbaarheid van bestuur (Lob) om openbaarmaking van documenten met betrekking tot een onderzoek en besluit van de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten (CBCS).
De minister nam geen beslissing binnen de wettelijke termijn, waarna eiseres beroep instelde tegen het uitblijven van een beslissing. Het Gerecht oordeelde dat de CBCS een zelfstandig bestuursorgaan is dat onafhankelijk optreedt en niet valt onder de verantwoordelijkheid van de minister. Daarnaast geldt voor de CBCS een specifieke openbaarmakingsregeling die prevaleert boven de Lob.
Hierdoor heeft de minister geen bevoegdheid om te beslissen over het verzoek tot openbaarmaking van CBCS-stukken. Er is geen sprake van een fictieve weigering en het beroep is niet tegen een beschikking gericht. Het Gerecht verklaart zich daarom onbevoegd en wijst het beroep af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het Gerecht verklaart de minister onbevoegd en wijst het beroep af wegens onbevoegdheid.