Uitspraak
1.[EISER SUB 1],
[EISERES SUB 2],
1.Het procesverloop
2.De vaststaande feiten
[kind], geboren op [geboortedatum] te Aruba (hierna: de minderjarige), dat door de vader is erkend.
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
De vader en moeder hebben een minderjarig kind samen, waarbij de moeder het eenhoofdig ouderlijk gezag heeft. De moeder heeft zonder toestemming van de vader het kind meegenomen van Aruba naar Curaçao, wat leidde tot een kort geding. De vader vorderde dat het kind bij hem zou verblijven zolang de procedure omtrent gezag en hoofdverblijfplaats loopt. De moeder stelde dat zij en het kind rechtmatig verhuisden en dat de vader de omgang had gefrustreerd.
Het Gerecht oordeelde dat de moeder bevoegd was om met het kind te verhuizen, mits de belangen van het kind niet onaanvaardbaar worden geschaad. Hoewel de moeder haar consultatieplicht schond, was dit op zichzelf onvoldoende om het verzoek van de vader toe te wijzen. Het kind wordt adequaat verzorgd en opgevoed door de moeder, met ondersteuning van haar vader, en volgt school en naschoolse opvang waar het goed functioneert.
De omgang tussen vader en kind is geregeld, ook via telefoon en digitale media, en de moeder staat een ruime omgang niet in de weg. De vordering van de vader om het kind bij hem te laten verblijven werd daarom afgewezen. Ook de vordering van de moeder tot kinderalimentatie werd afgewezen wegens gebrek aan onderzoeksmogelijkheden in kort geding. De proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Het verzoek tot wijziging van de hoofdverblijfplaats van het kind bij de vader wordt afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd.