Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
1.Onderzoek van de zaak
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Bewijsbeslissingen
De rechter neemt waar: de verdachte loopt aan de voet van de [locatie 3] op een jongeman af, haalt intussen een vuurwapen uit zijn schoudertas, richt zijn vuurwapen met gestrekte arm op het bovenlichaam van de jongeman en vuurt drie schoten van zeer dichtbij op hem af.
of omstreeks25 februari 2017 te Curaçao, opzettelijk
(en met voorbedachten rade)[slachtoffer]van het leven heeft beroofd, immers heeft
/hebbenverdachte met dat opzet
(en na kalm beraad en rustig overleg),met een vuurwapen
(van
/opzeer korte afstand
)drie,
in elk geval een of meer,kogels afgevuurd
op/in /door en/ofin de richting van
het hoofd en/ofhet lichaam van die
[slachtoffer], waardoor die
[slachtoffer]door een
of meervan die kogel
(s
)in
het hoofd en/ofhet lichaam werd getroffen, tengevolge waarvan voornoemde
[slachtoffer]is overleden;
of omstreeks25 februari 2017 te Curaçao
, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,een vuurwapen in de zin van de Vuurwapenverordening 1930, en munitie, in de zin van de Vuurwapenverordening 1930, voorhanden heeft gehad.
cursief weergegevenverbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.
5. Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten en strafbaarheid van de verdachte
6.Strafmotivering
7.Vordering benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregel
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
4Aomschreven heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
4Domschreven, heeft begaan;
5genoemde strafbare feiten opleveren;
gevangenisstrafvoor de duur van
[benadeelde 2] en [benadeelde 1]geleden schade tot een bedrag van
NAf 12.609,20 (twaalfduizend zeshonderdnegen gulden en twintig cent)en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag aan
[benadeelde 2] en [benadeelde 1]voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting;
[benadeelde 2] en [benadeelde 1]de verplichting op tot betaling aan het Land van een bedrag van
NAf 12.609,20 (twaalfduizend zeshonderdnegen gulden en twintig cent), bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door
98 (achtennegentig) dagenhechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;