ECLI:NL:OGEAC:2017:288
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
- Voorlopige voorziening
- N.M. Martinez
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen maximale jaarlijkse rentevoet door Centrale Bank Curaçao
Verzoeksters, zeven ondernemingen gevestigd in Curaçao, hebben bezwaar gemaakt tegen brieven van de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten waarin een maximale jaarlijkse rentevoet (APR) van 27% werd aangekondigd. De Bank had deze maatregel per 5 mei 2017 ingevoerd met een overgangsperiode van twee maanden.
Verzoeksters dienden op 5 juli 2017 een verzoek om voorlopige voorziening in om de toepassing van deze maximale APR te schorsen. Tijdens de zitting op 10 juli 2017 verschenen vertegenwoordigers van verzoeksters en de Bank, waarbij pleitnota's werden overgelegd.
Het Gerecht oordeelde dat de brieven van de Bank geen beschikkingen zijn in de zin van artikel 3, eerste lid, van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar), omdat zij een zuiver informatief karakter hebben en niet gericht zijn op rechtsgevolg. Hierdoor was het Gerecht niet bevoegd om kennis te nemen van het verzoek om voorlopige voorziening.
Op grond hiervan wees het Gerecht het verzoek af en wees geen proceskostenveroordeling toe. Tegen deze beslissing staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de brieven van de Centrale Bank geen beschikkingen zijn.