Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
Golden Gate Bridge N.V.,
1.Verloop van de procedure en het geschil
2.Feiten
NAf 1.704,60 per maand.
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Verzoekster was sinds 8 januari 2015 in dienst als kokkin bij Golden Gate Bridge N.V. (GGB). Op 14 mei 2016 vond een incident plaats waarbij verzoekster zich onbeschoft gedroeg tegenover de directeur, waarna zij op staande voet werd ontslagen. Verzoekster stelde dat het ontslag niet rechtsgeldig was vanwege het ontbreken van een dringende reden.
Het Gerecht stelde vast dat verzoekster meerdere keren was gewaarschuwd voor brutaal gedrag en dat zij zich op 14 mei 2016 opnieuw onbeschoft had gedragen. De directeur had haar meerdere keren vragen gesteld over een lekkende kraan, waarop verzoekster weigerde te antwoorden en in brutale bewoordingen reageerde. Verzoekster gaf pas later gehoor aan het ontslag en vertrok enkele uren na het incident.
De stelling van verzoekster dat de directeur haar had uitgescholden werd niet bewezen. Ook het feit dat GGB een ontslagvergunning had aangevraagd na het ontslag deed niet af aan de geldigheid van het ontslag op staande voet. Het Gerecht oordeelde dat het ontslag niet nietig is en dat de arbeidsovereenkomst per 14 mei 2016 is geëindigd. Voor het geval dat het ontslag onterecht zou zijn, werd de arbeidsovereenkomst voorwaardelijk ontbonden per 2 maart 2017. De proceskosten werden gecompenseerd en verzoekster mocht kosteloos procederen.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet van verzoekster wordt bevestigd en de arbeidsovereenkomst is geëindigd per 14 mei 2016.