Uitspraak
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.Het geschil
primair
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Op 4 augustus 2014 is de erflater overleden zonder testament. Zijn kinderen zijn de wettelijke erfgenamen en hebben de nalatenschap onder boedelbeschrijving aanvaard. De eiseres, die een relatie met de overledene had en als ware zij gehuwd samenwoonde, vorderde diverse betalingen uit de nalatenschap en teruggave van persoonlijke eigendommen.
Zij baseerde haar vorderingen op twee overeenkomsten met de overledene, een gemeenschap van goederen en persoonlijk eigendom. De vorderingen betroffen vergoedingen voor werkzaamheden, reclameopbrengsten, de helft van de waarde van de inboedel en teruggave van persoonlijke bezittingen, waaronder een briljant.
Het Gerecht oordeelde dat eiseres haar vorderingen onvoldoende had gespecificeerd en onderbouwd. Zij had niet concreet toegelicht welke werkzaamheden zij had verricht, welke reclameopbrengsten daadwerkelijk waren gemaakt, welke inboedel gemeenschappelijk was, noch dat de persoonlijke eigendommen haar toebehoorden. Ook de eigendomsoverdracht van de briljant was onvoldoende aangetoond.
Daarom werden alle vorderingen afgewezen. Eiseres werd veroordeeld in de proceskosten van de gedaagden, begroot op NAf 6.250,00, vermeerderd met wettelijke rente. Het vonnis is uitgesproken door rechter I.H. Lips op 24 juli 2017.
Uitkomst: Alle vorderingen van de levenspartner op de nalatenschap worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.