Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL EN STANDPUNTEN PARTIJEN
4.BEOORDELING VAN HET BEROEP
5.PROCESKOSTENVERGOEDING EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende, eigenaar van een resort, verhuurt dit sinds 2010 aan haar zustermaatschappij. In 2012 is de definitie van ondernemer in de Landsverordening omzetbelasting uitgebreid, waardoor verhuur als economische activiteit kan worden aangemerkt en belast met omzetbelasting.
Belanghebbende stelde dat de verhuur niet als economische activiteit kan worden beschouwd omdat zij passief het onroerend goed aanhoudt en alleen aan een verbonden lichaam verhuurt. Ook beriep zij zich op een afspraak met de Inspecteur uit 2010 en op een vrijstelling voor langdurige verhuur voor permanente bewoning. Het Gerecht oordeelde dat de verhuur wel degelijk exploitatie van een vermogensbestanddeel is en dus een economische activiteit vormt. De vrijstelling was niet van toepassing omdat de huurder het resort niet voor permanente bewoning gebruikt. De afspraak uit 2010 was niet bindend na de wetswijziging.
Belanghebbende voerde aan dat de verzuimboetes onterecht waren omdat zij een pleitbaar standpunt innam. Het Gerecht vond dit standpunt echter niet verdedigbaar gezien de jurisprudentie. Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en de naheffingsaanslagen en boetes werden gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslagen en verzuimboetes worden gehandhaafd.