Uitspraak
1.Het verloop van de procedure
2.De vaststaande feiten
3.De beoordeling van het verzoek
4.De beslissing
[minderjarige],
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
De moeder verzocht het gerecht om de ontkenning van het door het huwelijk ontstane vaderschap van de juridische vader, omdat hij niet de biologische verwekker is van de minderjarige. De moeder en de juridische vader zijn gescheiden en de moeder woont samen met de biologische vader, die de minderjarige wil erkennen.
Hoewel het verzoek niet binnen de wettelijke termijn van één jaar na de geboorte is ingediend, oordeelt het gerecht dat deze termijn buiten toepassing kan worden gelaten op grond van artikel 1:199a BW. Dit vanwege onjuist juridisch advies van een advocaat die de moeder verkeerd had geïnformeerd over de termijn.
De juridische vader erkent dat hij niet de verwekker is en voert geen verweer. De Voogdijraad heeft eveneens geen bezwaar tegen het verzoek. Het gerecht wijst het verzoek toe en bepaalt dat de griffier de beschikking aan de burgerlijke stand moet toezenden. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het verzoek tot ontkenning van het vaderschap wordt toegewezen ondanks overschrijding van de wettelijke termijn.