Uitspraak
1.Verloop van de procedure
2.De feiten
3.Het geschil
14 september 2015, zulks onder verbeurte van een dwangsom. Tenslotte is verzocht om gedaagde te veroordelen in de kosten van deze procedure.
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
De naamloze vennootschap AOM vorderde in kort geding opheffing van een executoriaal derdenbeslag gelegd door haar voormalige werknemer, die loon en cessantia vorderde op grond van een eerdere beschikking. De werknemer had reeds loonbetalingen ontvangen, maar stelde nog een restant tegoed te hebben.
De werknemer onderbouwde zijn vordering met diverse stukken waaronder loonstroken en correspondentie met de belastingdienst, terwijl AOM zich baseerde op een eindafrekening van een payrollbedrijf. Het gerecht oordeelde dat de berekening van de werknemer niet summierlijk was weerlegd en dat de eindafrekening van AOM onjuistheden bevatte, onder meer omtrent het belastingtarief.
Gezien het belang van de werknemer om na ruim twee jaar volledig betaald te worden en de inspanningen die hij daartoe heeft moeten leveren, werd het verzoek tot opheffing van het beslag afgewezen. AOM werd veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Verzoek tot opheffing van het executoriaal derdenbeslag en verbod op toekomstige beslagen wordt afgewezen.