Uitspraak
1.Het procesverloop
- het verzoekschrift van 11 december 2017, met producties;
- het verweerschrift, met producties;
- de behandeling ter zitting van 17 januari 2018;
- de door mr. Scheperboer overgelegde pleitaantekeningen.
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
De werknemer trad op 1 november 2014 in dienst bij Building Depot als forklifter. Op 29 april 2017 ontstond het vermoeden dat hij betrokken was bij de verduistering van meerdere airco-units. Na een onderzoek en het bestuderen van camerabeelden werd hij op 8 mei 2017 op staande voet ontslagen. De werknemer betwistte de diefstal en stelde dat de dozen in zijn bestelbus gevuld waren met afgedankte groente en fruit.
Het gerecht oordeelde dat de verklaring van de werknemer niet aannemelijk was vanwege inconsistenties en het ontbreken van een tijdige verklaring. De bewijzen van Building Depot, waaronder camerabeelden en observaties van de supervisor, werden als voldoende overtuigend beschouwd. Het ontslag op staande voet werd als onverwijld en rechtsgeldig beoordeeld.
De werknemer verzocht om het ontslag nietig te verklaren en diverse vergoedingen toe te kennen, maar deze vorderingen werden afgewezen. Het voorwaardelijk verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst door Building Depot werd eveneens afgewezen omdat de arbeidsovereenkomst van rechtswege zou eindigen op 1 november 2017. De proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is rechtsgeldig en alle vorderingen van de werknemer worden afgewezen behalve het verzoek om kosteloos procederen.