Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL EN STANDPUNTEN PARTIJEN
4.BEOORDELING VAN HET BEROEP
Ontvankelijkheid beroep
5.PROCESKOSTENVERGOEDING EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende verhuurt een pand en werd door wetswijziging per 1 januari 2012 belastingplichtig voor omzetbelasting. Zij had echter al in 2011 facturen uitgereikt voor de huursom van 2012 zonder omzetbelasting in rekening te brengen. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag en een vergrijpboete op wegens niet betaalde omzetbelasting.
Belanghebbende maakte bezwaar en stelde dat volgens de overgangsregeling geen omzetbelasting verschuldigd was over facturen die vóór 2012 waren uitgereikt. Het Gerecht oordeelde dat de naheffingsaanslag en boete onterecht waren opgelegd omdat de factuur reeds in 2011 was uitgereikt en de belastingplicht pas vanaf 2012 bestond. De overgangsregeling ziet op situaties waarin vóór 2012 al omzetbelasting verschuldigd was, wat hier niet het geval was.
Daarnaast werd een verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn afgewezen omdat de belastingwetgeving van Curaçao geen voorziening hiervoor kent. Het Gerecht veroordeelde de Inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierechten. Het beroep werd gegrond verklaard en de aanslag en boete vernietigd.
Uitkomst: De naheffingsaanslag en vergrijpboete omzetbelasting over 2012 worden vernietigd wegens toepassing van de overgangsregeling.