Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
1.Onderzoek van de zaak
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Bewijsbeslissingen
5.Vordering benadeelde partij
6.Beslissing
4Aomschreven heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao heeft op 21 februari 2018 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van twee feiten van diefstal met geweld en/of afpersing.
De tenlastelegging betrof twee afzonderlijke overvallen waarbij onder meer geweld werd gebruikt en goederen werden weggenomen. Verdachte zou daarbij samen met anderen hebben gehandeld, al dan niet medeplegen of medeplichtig zijn geweest.
Na onderzoek en meerdere zittingen heeft het Gerecht vastgesteld dat het bewijs onvoldoende is om verdachte te veroordelen voor medeplegen van het eerste feit. Hoewel verdachte aanvankelijk bekennende verklaringen had afgelegd, trok hij deze later in en kon de gestelde bedreiging niet worden bewezen. De gedragingen van verdachte kwalificeren eerder als medeplichtigheid, maar dit was niet ten laste gelegd.
Voor het tweede feit kon het Gerecht eveneens geen wettig en overtuigend bewijs vinden, waardoor verdachte ook daarvan werd vrijgesproken. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar schadevordering. Het bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs medeplegen diefstal met geweld.