Uitspraak
Parketnummer: 500.00437/16 (later omgenummerd tot 810.00015/18)
Vonnis van dit Gerecht
[naam verdachte D],
wonende in Curaçao, [adres].
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
De verdachte, beleidsmedewerkster van de toenmalige minister van Gezondheid, Milieu en Natuur van Curaçao, werd verdacht van verduistering en verduistering van geldbedragen ter waarde van ANG 365.853,49 afkomstig van Stichting Buro Ziektekostenvoorzieningen (BZV). Het Openbaar Ministerie stelde dat zij samen met anderen valse offertes had ingediend voor de levering van mondkapjes zonder intentie deze te leveren, waardoor BZV werd misleid.
Tijdens de openbare terechtzittingen op 3 mei, 5 juli, 6 juli en 1 augustus 2018 werd het bewijs onderzocht. De verdachte was aanwezig bij de eerste drie zittingen en werd bijgestaan door haar raadsman. De officier van justitie vorderde vrijspraak, gevolgd door de verdediging.
Het gerecht oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om vast te stellen dat de verdachte wist van enig strafbaar feit of daarvan heeft geprofiteerd. Hoewel zij betrokken was bij het mondkapjesproject en handelingen verrichtte zoals het ontvangen en overhandigen van een cheque, ontbrak het aan bewijs van opzet of medeplichtigheid.
Daarom sprak het gerecht de verdachte volledig vrij van alle tenlastegelegde feiten. De dagvaarding werd als geldig beoordeeld, het gerecht was bevoegd en het openbaar ministerie ontvankelijk, maar het bewijs volstond niet voor een veroordeling.
Uitkomst: Verdachte wordt volledig vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van opzet en betrokkenheid bij verduistering.