Belanghebbende maakte bezwaar tegen voorlopige aanslagen onroerendezaakbelasting voor de jaren 2014, 2015 en 2016. De Inspecteur had de waarde aanvankelijk vastgesteld op NAf 1.980.000, later verlaagd tot NAf 1.500.000 en uiteindelijk ambtshalve tot NAf 1.400.000.
Volgens artikel 9, lid 1, van de Landsverordening onroerendezaakbelasting kan bezwaar alleen worden gemaakt in het eerste jaar van het vijfjarige tijdvak waarvoor de waarde wordt vastgesteld. Dit betekent dat bezwaar tegen de jaren 2015 en 2016 niet-ontvankelijk is. Voor het jaar 2014 werd de waarde vastgesteld op NAf 1.300.000, hetgeen partijen bij wijze van compromis overeenkwamen.
Het Gerecht verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraken op bezwaar, stelde de waarde voor 2014 vast op NAf 1.300.000 en verklaarde de bezwaren voor 2015 en 2016 niet-ontvankelijk. Tevens werd de Inspecteur opgedragen het betaalde griffierecht van NAf 50 aan belanghebbende te vergoeden.