Uitspraak
1.Het procesverloop
- de verzoekschriften van 21 en 28 juni 2018, met producties;
- de behandeling ter zitting van 5 september 2018;
- de door beide gemachtigden overgelegde pleitaantekeningen.
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Hilton Hotel Curaçao heeft een werknemer op staande voet ontslagen vanwege herhaalde fouten bij het verwerken van reserveringen, wat leidde tot financiële schade en reputatieschade. De werknemer was sinds 2002 in dienst en ontving een schriftelijke waarschuwing in november 2017. Na een tweede incident in december 2017 werd het ontslag op staande voet gegeven.
De werknemer betwistte de rechtmatigheid van het ontslag en stelde dat zij onvoldoende gelegenheid had gekregen haar functioneren te verbeteren. Het gerecht oordeelde dat Hilton niet aannemelijk had gemaakt dat zij een adequaat verbeteringstraject had ingezet, mede gezien de lange diensttijd zonder eerdere kritiek. Het ontslag op staande voet werd daarom nietig verklaard.
Omdat het dienstverband nog voortduurde, werd Hilton veroordeeld tot doorbetaling van salaris met wettelijke verhoging en rente. Hilton kreeg de mogelijkheid het verzoek tot ontbinding in te trekken. Bij niet-intrekking ontbindt het gerecht de arbeidsovereenkomst per 1 oktober 2018 en kent een billijke vergoeding van NAf 75.000 toe. Proceskosten werden deels toegewezen en deels gecompenseerd.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is nietig verklaard en de arbeidsovereenkomst wordt voorwaardelijk ontbonden met een billijke vergoeding van NAf 75.000.