Uitspraak
BESCHIKKING
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
De zaak betreft een geschil tussen voormalige zakenpartners over een kantoorpand ondergebracht in de stichting particulier fonds Marshanti. Na zakelijke scheiding had slechts PMP via zijn vennootschap zeggenschap over de stichting, wat leidde tot conflicten over huuropbrengsten en beheer.
Eisers vorderen onder meer het ontslag van PMP als bestuurder en de ontbinding van de stichting. Het gerecht oordeelt dat PMP wanbeleid heeft gepleegd door onder meer hypotheekverlening en huurverlaging ten nadele van eisers, en dat het ontslag van PMP als bestuurder gerechtvaardigd is. Een bestuursverbod wordt afgewezen wegens onvoldoende grond.
De stichting wordt ontbonden en een curator en rechter-commissaris worden benoemd. PMP en [gedaagde sub 3] worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van huurachterstanden, aflossing van een lening, vergoeding van kosten en schadevergoeding aan eisers. Proceskosten worden grotendeels aan PMP en [gedaagde sub 3] opgelegd.
Uitkomst: PMP wordt ontslagen als bestuurder, Marshanti wordt ontbonden en PMP en [gedaagde sub 3] worden veroordeeld tot schadevergoeding en betaling van huurachterstanden.