ECLI:NL:OGEAC:2018:279

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao

Datum uitspraak
9 november 2018
Publicatiedatum
13 november 2018
Zaaknummer
CUR201803704
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • N.M. Martinez
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 19 LtuArt. 85 LarArt. 86 LarArt. 87 Lar
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen weigering tijdelijke verblijfsvergunning

Verzoekster heeft bij beschikking van 8 oktober 2018 een afwijzing ontvangen op haar aanvraag voor een vergunning tot tijdelijk verblijf. Hiertegen is op 25 oktober 2018 beroep ingesteld bij het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao. Op 5 november 2018 verzocht verzoekster om een voorlopige voorziening om de uitvoering van de afwijzing op te schorten totdat het beroep is behandeld.

Het Gerecht overweegt dat op grond van artikel 85 van Pro de Landsverordening Algemene Rijksdienst (Lar) een beschikking geschorst kan worden indien de uitvoering onevenredig nadeel oplevert. Tevens kan een voorlopige voorziening worden getroffen ter voorkoming van dergelijk nadeel. Echter, het Gerecht stelt vast dat verzoekster geen spoedeisend belang heeft bij de gevraagde voorziening. Tevens is niet gesteld of gebleken dat er een dreiging bestaat van bestuurlijke handhaving door verwijdering op grond van artikel 19 van Pro de Landsverordening Toelating en Uitzetting (Ltu).

Daarom is het verzoek evident niet voor inwilliging vatbaar. Het Gerecht wijst het verzoek om voorlopige voorziening af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze beslissing staat geen hoger beroep open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang en dreiging van verwijdering.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Beslissing

op grond van artikel 87, derde lid, van de Lar in het geding tussen:

[verzoekster],

wonende in Curaçao,
verzoekster,
gemachtigde: mr. R.S.M. Moeniralam, advocaat,
en

DE MINISTER VAN JUSTITIE,

verweerder.

Procesverloop

Bij beschikking van 8 oktober 2018 heeft verweerder de aanvraag van verzoekster tot het verlenen van een vergunning tot tijdelijk verblijf afgewezen (de bestreden beschikking).
Daartegen heeft verzoekster op 25 oktober 2018 beroep ingesteld bij dit Gerecht (CUR201803539).
Op 5 november 2018 heeft verzoekster om een voorlopige voorziening hangende het beroep verzocht.

Overwegingen

1.1
Op grond van artikel 85, eerste lid, van de Lar kan, voor zover thans van belang, een beschikking, waartegen een beroepschrift bij het Gerecht is ingediend, op verzoek van de indiener geheel of gedeeltelijk worden geschorst op grond dat de uitvoering van de beschikking voor hem een onevenredig nadeel met zich zal brengen in verhouding tot het door een onmiddellijke uitvoering van de beschikking te dienen doel. Ook kan op zijn verzoek een voorlopige voorziening worden getroffen ter voorkoming van onevenredig nadeel, als in de eerste volzin bedoeld.
Artikel 86 van Pro de Lar bepaalt dat het Gerecht met spoed in raadkamer op het verzoek beslist, na het horen, althans behoorlijke schriftelijke oproeping daartoe van alle partijen en hun gemachtigden.
Op grond van artikel 87, derde lid, van de Lar kan het Gerecht op het verzoek beslissen met terzijdestelling van artikel 86, indien het Gerecht van oordeel is dat partijen er niet door in hun belangen worden geschaad.
1.2
Op grond van artikel 19, eerste lid, van de Landsverordening Toelating en uitzetting (Ltu) kan de minister van Justitie uit Curaçao verwijderen:
a. personen die in strijd met de wettelijke bepalingen nopens toelating en uitzetting het land zijn binnen gekomen;
b. personen die tot tijdelijk verblijf werden toegelaten, wanneer zij in het land worden aangetroffen, nadat de geldigheidsduur van hun tijdelijke verblijfsvergunning is verstreken of nadat de geldigheid van de vergunning door enige andere oorzaak is vervallen.
Op grond van het derde lid geschiedt de verwijdering krachtens een met redenen omkleed bevelschrift, hetwelk aan betrokkene in persoon wordt uitgereikt.
2. Met haar verzoek beoogt verzoekster te bewerkstelligen dat zij de beslissing op het door haar ingediende beroepschrift op Curaçao mag afwachten.
3. Naar het oordeel van het Gerecht is het verzoek evident niet voor inwilliging vatbaar, omdat niet is gebleken dat verzoekster een voldoende spoedeisend belang heeft bij de door haar verlangde voorlopige voorziening. Verder is gesteld noch gebleken dat, als gevolg van de bestreden beschikking, ten aanzien van haar verblijf hier te lande op korte termijn bestuurlijke handhaving door middel van verwijdering op grond van artikel 19 van Pro de Ltu of anderszins dreigt. Bij afwezigheid van een dergelijke dreiging is voor toepassing van artikel 85 van Pro de Lar, zoals door verzoekster verzocht, geen plaats.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

Het Gerecht
wijsthet verzoek
af.
Aldus vastgesteld door mr. N.M. Martinez, rechter in het Gerecht, en bekend gemaakt op 9 november 2018 te Curaçao, in tegenwoordigheid van mr. S.N. Aswani, griffier.
Tegen de beslissing op het verzoek om voorlopige voorziening staat geen hoger beroep open. Zie hoofdstuk 5 van de Lar.