Uitspraak
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
verklaarthet beroep
ongegrond.
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Eiser, van Haïtiaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning voor gezinshereniging met zijn vader die in Curaçao verblijft. De minister van Justitie wees de aanvraag af omdat eiser niet langer feitelijk tot het gezin van zijn vader behoort, aangezien de scheiding tussen hen meer dan vijf jaar duurt.
Het Gerecht overweegt dat op grond van het beleid en de herziene instructie de feitelijke gezinsband wordt geacht verbroken te zijn wanneer de scheiding tussen ouder en kind langer dan vijf jaar duurt. Eiser woonde sinds 2002 niet meer samen met zijn vader, die als garantsteller optreedt, en de jaarlijkse bezoeken veranderen hier niets aan.
Daarnaast oordeelt het Gerecht dat de weigering van de verblijfsvergunning geen inmenging in het gezinsleven oplevert in de zin van artikel 8 EVRM Pro, omdat eiser geen verblijfstitel had die hem het gezinsleven in Curaçao mogelijk maakte. Er zijn ook geen bijzondere omstandigheden die een positieve verplichting tot toelating zouden rechtvaardigen.
Daarom wordt het beroep ongegrond verklaard en blijft het bestreden besluit van afwijzing van de verblijfsvergunning in stand. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning voor gezinshereniging wordt gehandhaafd.