Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:OGEAC:2018:300

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao

Datum uitspraak
4 december 2018
Publicatiedatum
11 december 2018
Zaaknummer
CUR201700492
Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7 AWw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen recht op weduwenpensioen bij niet-gehuwd zijn met overleden verzekerde

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een weduwenpensioen door de Sociale Verzekeringsbank. De afwijzing was gebaseerd op het feit dat eiseres niet met de overleden verzekerde gehuwd was. Tijdens de zitting verklaarde eiseres zes jaar samen te hebben gewoond met de verzekerde, maar nooit gehuwd te zijn geweest.

Volgens artikel 7 van Pro de Landverordening Algemene Weduwen- en wezenverzekering (AWw) heeft alleen de weduwe recht op een weduwenpensioen zolang zij jonger is dan 65 jaar. De wetstekst en de Memorie van Toelichting maken duidelijk dat dit recht uitsluitend geldt voor personen die gehuwd waren met de verzekerde.

Het Gerecht oordeelt dat eiseres geen weduwe is en daarom geen aanspraak kan maken op het weduwenpensioen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het vonnis is uitgesproken op 4 december 2018 door het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat eiseres niet gehuwd was met de overleden verzekerde en daardoor geen recht heeft op weduwenpensioen.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Uitspraak

in het geding tussen:

[eiseres],

wonende in Curaçao,
eiseres,
gemachtigde: mr. E.J. Maduro,
en

de Sociale Verzekeringsbank,

verweerster,
gemachtigde: mr. M. Bonafasia, werkzaam bij verweerster.

Procesverloop

Bij beschikking van 13 april 2017 heeft verweerster een aanvraag van eiseres om toekenning van een weduwenpensioen op grond van de Landverordening Algemene Weduwen- en wezenverzekering (de AWw) afgewezen (de afwijzing).
Bij beroepschrift van 29 mei 2017, bij het Gerecht ingediend op 6 juni 2017, heeft eiseres beroep ingesteld tegen de afwijzing.
Verweerster heeft een verweerschrift, met producties, ingediend.
De openbare behandeling ter zitting van het Gerecht heeft plaatsgevonden op 26 september 2018. Eiseres is daar verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerster heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 7 van Pro de AWw heeft de weduwe van een verzekerde, zolang zij nog geen 65 jaar oud is, recht op een weduwenpensioen overeenkomstig de bepalingen van deze landsverordening.
2. Ten aanzien van de ontvankelijkheid van het beroep overweegt het Gerecht dat verweerder geen bewijs van verzending van het bestreden besluit heeft overgelegd, waardoor ook niet met de vereiste zekerheid kan worden vastgesteld wanneer die verzending heeft plaatsgevonden. Nu eiseres onweersproken heeft gesteld het bestreden besluit op 11 mei 2017 te hebben ontvangen, moet ervan worden uitgegaan dat het bestreden besluit kort voordien is verzonden. Dit in aanmerking genomen, moet het beroepschrift, dat op 6 juni 2017 bij het Gerecht is ingekomen, geacht worden binnen de daarvoor staande termijn van zes weken na verzending van het bestreden besluit, en dus tijdig, te zijn ingediend.
3. Tussen partijen is in geschil het antwoord op de vraag of verweerster terecht het verzoek van eiseres om een weduwenpensioen heeft afgewezen op de grond dat eiseres niet met de overleden verzekerde gehuwd is geweest.
3.1
Ter zitting heeft eiseres desgevraagd verklaard dat zij zes jaar met de overleden verzekerde heeft samengewoond en nooit gehuwd met hem te zijn geweest. Uit de tekst van de wet en in aanmerking genomen hetgeen in de Memorie van Toelichting is opgenomen, hebben partijen die met elkaar gehuwd waren en door de dood van de ander weduw(e) is geworden recht op een weduwenpensioen. Nu eiseres niet met de overleden verzekerde gehuwd was, is zij geen weduwe en heeft zij geen recht op een weduwenpensioen. Verweerster heeft het verzoek van eiseres op goede gronden afgewezen. Het beroep is ongegrond.
4. Het Gerecht ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

Het Gerecht
verklaarthet beroep
ongegrond.
Aldus vastgesteld door mr. D. Haan, voorzitter, en A.R. Ramirez en mr. J. Sybesma, leden, en in het openbaar uitgesproken op 4 december 2018, in tegenwoordigheid van mr. O.H.M. Leito, griffier.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen
zes wekenna kennisgeving van deze uitspraak. Zie hoofdstuk 5 van de Lar.