Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
Beslissing
[Verzoeker],
de minister van Justitie,
Procesverloop
Overwegingen
Op grond van artikel 3 EVRM Pro mag niemand worden onderworpen aan folteringen of aan onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen.
Op grond van artikel 19, eerste lid, aanhef en onder a, van de Landsverordening toelating en uitzetting (Ltu) kan de minister personen die in strijd met de wettelijke bepalingen nopens toelating en uitzetting het land zijn binnengekomen uit Curaçao verwijderen. Op grond van het tweede lid kan betrokkene, indien hij naar het oordeel van de minister gevaar oplevert voor de openbare orde, de publieke rust of veiligheid of de goede zeden, dan wel indien naar het oordeel van de minister gegronde vrees bestaat dat betrokkene zal trachten zich aan zijn verwijdering te onttrekken, op bevel van de minister ter verzekering van zijn verwijdering in bewaring worden gesteld. Op grond van het derde lid geschieden de verwijdering en de inbewaringstelling krachtens een met redenen omkleed bevelschrift, hetwelk aan betrokkene in persoon wordt uitgereikt.
Ongewenstverklaring
Beslissing
schorstde in de bestreden beschikking van 17 augustus 2018 bevolen verwijdering van verzoeker tot veertien dagen nadat de beslissing op het beschermingsverzoek en de beslissing op het bezwaar aan verzoeker zijn uitgereikt, met dien verstande dat de termijn aanvangt na de laatste uitreiking
wijsthet verzoek om voorlopige voorziening voor het overige
af.