Uitspraak
Parketnummer: 500.00507/17
Vonnis van dit Gerecht
[VERDACHTE],
BESLISSING
[benadeelde 2]niet-ontvankelijk in de vordering;
[benadeelde 1]niet-ontvankelijk in de vordering.
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Op 2 november 2018 heeft het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao uitspraak gedaan in de strafzaak tegen verdachte, die werd verdacht van medeplegen van moord op drie slachtoffers te Campo Allegre en het bezit van vuurwapens. De officier van justitie vorderde een levenslange gevangenisstraf, terwijl de verdediging vrijspraak bepleitte.
Tijdens de terechtzitting zijn diverse getuigenverklaringen, waaronder die van anonieme getuigen, onderzocht. Het Gerecht oordeelde dat verklaringen van anonieme getuigen, behalve één (H41), niet als bewijs konden worden gebruikt. De verklaring van H41 was zwak omdat deze niet uit eigen waarneming kwam en bovendien werd deze niet voldoende ondersteund door ander bewijs. Ook de verklaringen van andere getuigen waren niet betrouwbaar en deels tegenstrijdig.
De verdachte ontkende betrokkenheid bij de liquidaties en sprak tegen met getuigen te hebben gesproken over de zaak. Het Gerecht kon geen overtuigend bewijs vinden dat verdachte betrokken was bij de moorden of het wapenbezit. De vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelden werden niet toegewezen omdat de verdachte werd vrijgesproken. De benadeelden kunnen hun vorderingen eventueel bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
Het Gerecht verklaarde de verdachte vrij van alle tenlasteleggingen en wees de vorderingen van de benadeelden af wegens niet-ontvankelijkheid.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van medeplegen moord en wapenbezit wegens onvoldoende bewijs.