Uitspraak
Parketnummer: 500.00126/18
Vonnis van dit Gerecht
[VERDACHTE],
BESLISSING
[benadeelde 2]niet-ontvankelijk in de vordering;
[benadeelde 1]niet-ontvankelijk in de vordering.
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Op 2 november 2018 heeft het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao uitspraak gedaan in de strafzaak tegen verdachte, die werd verdacht van medeplegen van moord op drie slachtoffers en het bezit van vuurwapens en munitie. De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van tien jaar en toewijzing van schadevergoedingen aan de benadeelde partijen. De verdediging bepleitte vrijspraak.
Tijdens de openbare terechtzitting werd vastgesteld dat de dagvaarding geldig was en het openbaar ministerie ontvankelijk in zijn vervolging. Het bewijs bestond onder meer uit telefoongegevens, camerabeelden en verklaringen, waaronder een anonieme verklaring die volgens het gerecht niet als bewijs kon dienen. De telefoongegevens toonden slechts beperkt contact tussen verdachte en zijn broer, en de aankomst- en vertrektijden van de slachtoffers strookten niet met de vermoedelijke communicatie.
Het gerecht oordeelde dat de bewijsmiddelen onvoldoende waren om verdachte te verbinden aan de tenlastegelegde feiten. Daarom werd verdachte vrijgesproken van medeplegen moord en wapenbezit. De vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelde partijen werden niet-ontvankelijk verklaard, met de mogelijkheid deze bij de burgerlijke rechter aan te brengen. Tevens werd het bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor medeplegen moord en wapenbezit.