ECLI:NL:OGEAC:2018:328
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte in verkrachtingszaak wegens onvoldoende bewijs
Op 11 mei 2018 vonden seksuele handelingen plaats tussen verdachte en de aangeefster in een hotelkamer te Curaçao. De aangeefster beweerde dat zij door verdachte gedwongen werd tot deze handelingen, terwijl verdachte stelde dat de seks vrijwillig was.
Tijdens de terechtzitting op 14 december 2018 stonden de verklaringen van beide partijen lijnrecht tegenover elkaar. De verdediging betoogde dat de aangifte onvoldoende werd ondersteund door objectief bewijs en dat de verklaringen van de aangeefster inconsistent waren. De officier van justitie daarentegen vond de aangifte geloofwaardig en ondersteund door andere bewijsmiddelen.
Het Gerecht oordeelde dat de inconsistenties in de verklaringen van de aangeefster en het ontbreken van sporen van geweld onvoldoende waren om wettig en overtuigend bewijs te leveren van verkrachting. Ook de gedragingen van de aangeefster na het incident stroken niet met het scenario van onvrijwillige seks. Daarom werd verdachte vrijgesproken. De vordering tot schadevergoeding van de aangeefster werd afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van verkrachting wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.