ECLI:NL:OGEAC:2018:340
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs gebruik vervalste betaalpassen en diefstal
Het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao behandelde de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van het gebruik van vervalste betaalpassen, diefstal en poging daartoe in de periode juni-juli 2017. De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan 6 voorwaardelijk, terwijl de verdediging vrijspraak bepleitte.
De tenlastelegging betrof valsheid in geschrifte door het gebruik van vervalste betaalpassen, diefstal met valse sleutels en pogingen daartoe. Het Gerecht stelde vast dat de medeverdachten daadwerkelijk gebruik maakten van de vervalste passen, maar dat verdachte zelf niet aanwezig was bij de uitvoering en geen directe opbrengst deelde.
Hoewel verdachte een rol speelde in de voorbereiding door het regelen van een hotel en huurauto, het bewaren van passen en het wissen van sporen, vond het Gerecht deze gedragingen onvoldoende voor de kwalificatie medeplegen. Medeplichtigheid was niet ten laste gelegd. Daarom werd verdachte vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs.
Het vonnis werd op 23 mei 2018 uitgesproken door rechter M.T. Paulides. De voorlopige hechtenis werd opgeheven en verdachte werd onmiddellijk in vrijheid gesteld.
Uitkomst: Verdachte werd vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor medeplegen gebruik vervalste betaalpassen en diefstal.